Ontwaken Jan Kersschot

 

“Zou je kunnen vertellen hoe je je Jan Kersschot als zoeker herinnert?  Wat was zijn 'schijnbare' weg”?

 Jan was een heel gedreven zoeker, heel open en toch heel kritisch. Geen enkele steen zou onaangeroerd blijven, tot ik 'Het' gevonden zou hebben. Dat ik gedreven was betekende echter niet dat ik het gewone westerse leven achter me liet. Ik voelde geen behoefte om mij in een klooster of ashram te vestigen, om andere kleren te gaan dragen, een nieuwe naam te krijgen. Ik vond dat mijn zoektocht moest compatibel zijn met een familiaal leven, met wijn, seks, vlees, BMW, luxe vakanties en de rest dat gewoonlijk als niet-spiritueel bestempeld wordt. Dat is misschien een van de kenmerken van mijn zoektocht: als ik op zoek ben naar het éne, naar het ultieme, dan moet dat voor iedereen en voor alle tijden beschikbaar zijn. Ongeacht gedrag of gevoel. Dat was mijn logica en ik stond daar dikwijls alleen mee. 

Als ik op zoek was naar het éne kon ik niets uitsluiten. Al gauw was het me duidelijk dat ik alle gedragsregels aan mijn laars ging lappen. Wie heeft er het lef om mij iets te verbieden als het draait om het universele, om het éne? Dus alle spirituele regels werden bekeken, soms tijdelijk uitgetest en later weer verworpen. Niet alleen de regels van de katholieke kerk waarin ik was opgegroeid als kind, maar uiteindelijk ook de regels en geboden uit bijv. het boeddhisme en hindoeïsme.

Mijn eerste eenheidservaring was op mijn 15e jaar. Een moment van totale openheid. Je zou het een mystieke ervaring kunnen noemen, maar dat klinkt een beetje te ernstig, te religieus. Het was heel eenvoudig, heel kinderlijk en toch lichamelijk. Zuivere aanwezigheid, ten volle. Onverwacht en toch zo helder. En tegelijkertijd was 'ik' er niet bij betrokken. En misschien was ik daarna – bewust of onbewust – altijd terug op zoek geweest naar die eenheid, naar die totale versmelting. Misschien was die ervaring wel (onbewust, als je wilt) de drijfveer van mijn zoektocht.

Rond mijn 18de startte ik met transcendente meditatie. Al direct tijdens de eerste meditatie ging ik als het ware voorbij een muur. Ik wist dat er 'iets' op mij wachtte, een onbeschrijfbare leegte, die ook heel vertrouwd overkwam. Het was alsof ik een oud 'gevoel van eenheid' herkende. Ik kwam een oude vriend tegen, die meer 'ik' was dan mijn eigen persoon. Het was een thuiskomen bij het onzegbare. Het voelde zo ongelooflijk vertrouwd aan. Ik moest er absoluut meer over weten. Op mijn schijnbare weg kwam ik allerhande leraren tegen, sommigen in de vorm van boeken (bijv. J. Krishnamurti, Osho, Deepak Chopra, Wolter Keers, Jean Klein, Lao Tze, Alan Watts, Sri Nisargadatta, Ramana Maharshi), anderen in de vorm van levende leraren of goeroes (Armando Dacosta, Jacques Lewensztain, Alexander Smit, Andrew Cohen, Ranjit Maharaj, Francis Lucille, Douglas Harding).

Vooral de experimenten van Douglas waren voor mij een openbaring. De eerste keer (ik denk dat het in 95 of 96 was) was het alsof de gordijnen van mijn waarnemingsvenster plots werden opengetrokken. Alles wat ik in al die boeken gelezen had, was nu zonneklaar. Van 'horen zeggen' naar 'zien'. Van begrijpen naar ZIJN. Ook de andere experimenten van Douglas gaven me korte of lange momenten van openheid, zuiverheid en volle leegte, die mij toen het gevoel gaven dat ik op goede weg was. Maar de honger was nog niet gestild.  Ik las nog meer boeken (bijv. van Justus Kramer Schippers, Eckhart Tolle, Ramesh Balsekar, Wayne Liquorman, Chuck Hillig), en geleidelijk werden allerlei geloofssystemen overboord gegooid.

Toch zat ik nog in mijn hoofd met een spiritueel pad, ook al besefte ik dat niet als dusdanig. Op een heel subtiel niveau waren egospelletjes toch nog ergens aan de gang: vergelijken, verlangen, verwachten, idealiseren, opeisen, enz.Anderzijds voelde ik toen al dat ik op een smeltende ijsschots zat en dat de zee waarop ik dreef altijd maar warmer en warmer werd. Wat ik toen nog niet besefte was dat ikzelf ook van ijs gemaakt was en dus ook zou mee wegsmelten. Ik dacht nog altijd dat ik – als Jan – ergens naar op weg was. Dat er iets mis was met mij of dat ik nog moest verbeterd worden op spiritueel vlak en dat daar absoluut iets aan gedaan moest worden.

Tot ik Tony Parsons leerde kennen. Al bij de eerste ontmoeting was het raak. Gewoon die woorden 'this is it'. Toen werd het pad ontmaskerd. Let op: dit was helemaal geen spectaculaire openbaring. Het was heel gewoon. Geen bruuske overgang of zo. Op een hoogst eenvoudige en heel natuurlijke manier werd alles duidelijk. Gans het kaartenhuisje zakte in elkaar. In alle eenvoud en gewoonheid. Alle vragen waren verdwenen.En ook al probeerde het denken achteraf om toch maar weer een kaartenhuisje op te bouwen, het illusoire van het hele huisje werd onontkoombaar duidelijk. Tony ontnam me alle hoop. De motor bleef nog een tijdje draaien, ook al was de stekker eruit getrokken. Ik protesteerde nog enkele keren, totdat mijn verstand het uiteindelijk opgaf.

Toen viel alles wat ik nog verwachtte (op spiritueel vlak), alles waar ik nog aan gehecht was, van mij af. Of beter nog, ik zag dat die 'ik' waarmee ik me identificeerde nooit bestaan had – tenzij als een idee. Het leek er soms op alsof Tony mij in een trage wurggreep had, maar in feite waren het mijn eigen vragen die ik op hem afvuurde, die terugkeerden als boemerangs.

Ook mijn gesprekken met Nathan Gill – een vriend van Tony – waren toen heel verrijkend. Ik had mezelf in het drijfzand genesteld en liet me moeiteloos zinken. Het sterven van het ego was eigenlijk maar het sterven van een illusie. En dus niet zo bijzonder als ik altijd had gedacht. Er was enkel nog maar het tijdloze 'This is it'.

Is er voor die persoon en arts als 'expressie van bewustzijn' iets veranderd na 'This is it'?

In tegenstelling tot wat ik had verwacht, is er met de persoon 'Jan' en zijn functie in de maatschappij zeer weinig veranderd. Het feit dat je het éne herkend hebt in het diverse, verandert niets. Zelfs degene die Het zou herkend hebben, is een illusie. Ik bén bewustzijn zelf (en dat is de lezer trouwens ook) en de persoon 'Jan' verschijnt in datzelfde bewustzijn. Maar ik heb geen enkele hogere taak of zo. Ik zie trouwens niet wat er zou moeten veranderd worden.

Alles is zoals het is, ook al lijkt het constant te veranderen. De persoon bekend als 'Jan' (en dat is ook maar een plaatje) mag er nog altijd zijn. Met zijn kwaliteiten en gebreken. Toch is er wel iets veranderd. Er is geen gevecht meer op spiritueel niveau. Het zoeken is voorbij want de zogenaamde zoeker was maar een concept. Was maar een figurant. Het bewustzijn was er al de ganse tijd, ook wanneer ik het niet als dusdanig herkende. Als gevolg van dit inzicht kan ik niets voor mezelf opeisen, zelfs niet de zogenaamde ervaringen die ik zonet beschreven heb!

Ook al geloofde ik toen nog in 'mijn ik' dat op weg was naar iets hoger, het 'ik' was toen ook al illusoir. Ook al waren die ervaringen voor mijn spirituele ego zeer belangrijk, nu lijkt het alsof ze zelfs niet gebeurd zijn. Het betekent eigenlijk niets, en dat is geen valse bescheidenheid. Het zijn maar beelden die nu (of beter: in het tijdloze) verschijnen. Het zijn als het ware herinneringen aan gebeurtenissen waar ikzelf niet aanwezig was. En de eenheid was er al voor die transcendente ervaringen, tijdens die ervaringen en ook daarna. Ook op momenten die we als banaal of niet spiritueel bestempelen, is het éne voor de volle 100% aanwezig.

Oorspronkelijk interview hier

Website Jan Kersschot