Verhalen over ontwaken, wakker worden in de droom, verlichting, zelfrealisatie

Ontwaken van de Upside- Down Daughter

Wat daarna gebeurde is werkelijk een van de meest gedenkwaardige momenten in mijn leven: zij schrok, verstijfde en de tranen rolden letterlijk over haar wangen. Terwijl ze haar gezicht bedekte met haar handen, kreunde ze en toen ze mij weer aankeek, zei ze: “Oh, mijn god, het is daar altijd al geweest!”

Dit verhaal over ontwaken is overgenomen uit het blad Inzicht nr. 2004/5. Het begint met een korte introductie van de auteur: J.C. Amberchele is de auteursnaam van een gevangene, die al meer dan twintig jaar in een Amerikaanse gevangenis zit. In een vorig nummer van Inzicht verscheen van hem: ‘Brief uit de gevangenis’ waarin hij schrijft over zijn spirituele bevrijding. In een ander nummer had hij het over de aard van de werkelijkheid. (nrs 2004/2 en 2004/3).

Juist voor Kerstmis probeerde mijn dochter zichzelf te doden door in een keer 150 pijnstillers samen met een fles wodka door te slikken. Als ze in het hospitaal weer uit een coma ontwaakte (een vriend had haar gevonden en 911 gebeld), zei ze ontredderd te zijn door het feit dat ze nog leefde.

Lees meer

Ontwaken Alexander Smit

Alexander_Smit_als_25_jarige

 

September 1988.
Locatie: de keuken van zijn huis aan de Prinsengracht in Amsterdam. We waren bezig met het doornemen van de vertaling van THE NECTAR OF THE LORD'S FEET (Nederlandse titel ZELF-REALISATIE) van zijn leermeester Sri Nisargadatta Maharaj en hij wilde ter afwisseling best eens een 'interview' doen, als een soort oefening. Het interview heeft een computercrash, inbraken en diefstal overleefd, want gelukkig had ik de band indertijd al uitgetypt en geprint. Die heb ik jarenlang als een schat bewaard. Tot nu.

Alexander leerde Nisargadatta kennen in september 1978. Begin september van hetzelfde jaar was Jacques Lewensztain (leraar Yoga) in India geweest en kwam terug met het boek I AM THAT en tapes van Nisargadatta.

Alexander: Dat boek kwam in handen van Wolter Keers. Die was er erg blij mee, want na het sterven van Krishna Menon (Wolters leermeester) had hij niet meer zoiets puur advaitisch gehoord. Nadat Wolter het boek had gelezen, besloot hij het te vertalen en uit te geven 'want dit is zo ontzettend goed'.
Wolter gaf mij het boek onmiddellijk en ik was er heel erg door aangedaan. Toen kwam er een artikel in Panorama of De Nieuwe Revu: GOD HEEFT GEEN TANDEN. Een slecht geschreven verhaal door die jongen die Showroom deed (TV). Een levensgrote foto over twee pagina's van de kop van Nisargadatta. Dat was eigenlijk mijn eerste kennismaking met Nisargadatta Maharaj.
Wolter had toen al gezegd: ik kan niets meer voor jou doen. Je hebt iemand nodig, maar ik zou niet weten wie. Maar toen hij I AM THAT gelezen had, zei hij: 'Als ik je een advies mag geven, ga onmiddellijk daarnaartoe.' En dat heb ik gedaan.

Wat zocht je?
Ik zocht niks meer. Ik wist alles. Maar als je me echt vroeg wat ik begrepen had, dan zou ik gezegd hebben: ik weet het eigenlijk niet. Iets essentieels weet ik niet. Er zat een soort blinde vlek in me waar niemand raad mee wist. Krishnamurti wist daar niets op te zeggen. Bhagwan was voor ons in die tijd niet iemand waar wij naartoe zouden gaan, althans niet voor dit soort zaken. Da Free John was het ook niet. In die tijd waren dit de mensen die bekend waren. Ik had een blinde vlek. En het typerende van een 'blinde vlek' is dat je niet weet wat het is. Je weet alleen dat als je heel eerlijk zou zijn, als je werkelijk tot op de bodem zou gaan bij jezelf, dat je het raadseltje niet had opgelost.

Voor het eerst in Bombay?
Een trappetje naar boven, naar een zolderkamer. Eerst kwam mijn kop en het eerste wat ik zag, was mevrouw Satprem en Nisargadatta. Er waren misschien drie of vier mensen.
'Hier ben ik,' zei ik. En hij zei: 'So, finally you came.'
Ja, dat zeggen ze allemaal, dat heb ik later gehoord, maar voor mij was het voor het eerst dat ik dat hoorde.
Ik had wel het gevoel toen ik binnenkwam dat het nu echt ernst was. Nu is er geen ontsnapping meer mogelijk. Hier gebeurt echt iets.
Ik had natuurlijk al heel wat van die mensen ontmoet: Krishnamurti, Jean Klein, Wolter, Swami Ranganathananda, Douglas Harding en ook Indiërs, minder bekende figuren en voor Ramana Maharshi en Krishna Menon was ik natuurlijk te jong. Die zijn in de vijftiger jaren overleden. Toen was ik 7 of 8 jaar. Dat is geen leeftijd om je met die dingen bezig te houden.
In die tijd gold voor ons: wachten op een levende leermeester. En ik had heel sterk het gevoel dat hij de man was die ik zocht.
Hij vroeg of ik getrouwd was, wat ik deed, waarom ik naar India gekomen was.

Wat wilde je precies van hem?
Zelf-realisatie. Ik wilde weten hoe het in elkaar zat. Ik zei: 'Ik heb gehoord dat u de grootste egokiller bent die er bestaat. En dat wil ik.' Hij zei: 'Ik ben geen killer, ik ben een diamantslijper. Jij bent ook een diamant, maar je bent een ruwe diamant en je moet nog geslepen worden en je kan alleen maar geslepen worden door een zuivere diamant. En dat is heel precies werk, want als je dat verkeerd doet, valt ie in honderd stukjes uiteen en heb je niets meer over. Heb je vragen?
Ik zei dat Maurice Frydman de doorslaggevende reden was van mijn komst. Frydman was een vriend van Krishnamurti. Die logeerde altijd bij Frydman en Frydman was van plan al het vroegere werk van Krishnamurti uit te geven bij Uitgeverij Chetana in Bombay en hij had van meneer Dikshit (de uitgever) gehoord dat er in Bombay iemand was die Frydman moest ontmoeten. (I AM THAT was uiteraard nog niet uitgegeven want Frydman moest Nisargadatta nog ontmoeten). Frydman ging ernaartoe met zijn gebruikelijke sceptische ideeën. Hij kwam daar binnen en binnen twee weken was hem duidelijk wat hem nooit duidelijk was geworden bij Krishnamurti. En toen dacht ik: als het bij Frydman in twee weken duidelijk is, hoe zou het dan met mij gaan?
Dat vertelde ik aan Nisargadatta en hij zei: 'Dat zegt niets over mij, maar het zegt alles over Frydman.' En hij zei ook: 'Mensen die Krishnamurti niet begrijpen, begrijpen zichzelf niet.' En dat vond ik heel mooi, want bijna alle guru's die ik kende, kraakten altijd iedereen af. Het leek of hij mij wilde ontspannen. Hij lanceerde geen provocaties. Ik kon ontspannen, want je begrijpt dat het uiteraard een nogal spannende toestand was daar.
Hij zei: 'Heb je vragen?'
Ik zei: 'Nee.'
'Wanneer ga je komen?'
'Als u mij toestaat, elke dag.'
'Dat is goed. Kom maar tweemaal per dag. 's Morgens en 's middags, voor de lezingen en dan zien we wel hoe het gaat.'
Ik zei: 'Ja, en ik ga niet weg voordat het duidelijk is.'
Hij zei: 'Dat is goed.'

Was het waar?
Ja. Zonder meer. Want wat hij deed – in twee minuten maakte hij duidelijk, waar je ook mee kwam, dat de kennis waar je mee kwam niet van jou was. Dat het uit een boek was, dat je het geleend of gejat had of dat het fantasie was, maar dat je eigenlijk niet in staat was een directe waarneming te hebben, a direct perception, direct te kijken, onmiddellijk, zonder mediator, zonder zelfbewustzijn.
En daar schrok ik verschrikkelijk van. Want alles wat je zei werd op een brute manier afgekapt.

Wat gebeurde er precies met jou?
De tweede dag vroeg hij of ik wat te vragen heb. Toen begon ik op een min of meer romantische manier een vraag te stellen over reïncarnatie. Ik vertelde dat ik altijd een binding met India had, dat toen ik het woord 'India' voor het eerst hoorde, dat een shock voor me was, dat ik me erg thuisvoelde in India en dat het woord 'yoga' als een bom insloeg toen ik het een keer hoorde op TV en ook het woord 'Brits Indië', alsof een hond z'n baas hoort fluiten. En, vroeg ik, zou het misschien betekenen dat ik in vorige levens in India gewoond heb? En toen begon hij in het Marathi ongelofelijk te schelden en opgewonden te doen en dat duurde minstens tien minuten. Ik dacht my god wat krijgen we nou? Die vertaler was het kennelijk gewend want die zat er heel rustig bij en toen Maharaj klaar was vatte de vertaler het samen: 'Maharaj vraagt zich af of u wel serieus bent. Gisteren kwam u hier en u wilde zelf-realisatie, maar nu komt u aan met vragen die thuis horen op een fröbelschool.'...
Zo werd je gedwongen ongelofelijk alert te zijn. Alles telde heel zwaar. Binnen een paar dagen werd me duidelijk dat ik echt helemaal niets wist. Dat alles wat ik wist, dat alle kennis die ik verzameld had boekenkennis was, dat het tweedehands was, dat het aangeleerd was, maar dat ik vanuit mezelf niets wist.
Ik kan je verzekeren dat dat wel de nodige dingen in beweging zette. En zo ging dat elke dag! Waar ik ook mee kwam. Of ik een intelligente vraag stelde of een domme vraag maakte absoluut geen enkel verschil. En de ene dag beweerde hij dit en de andere dag beweerde hij het tegenovergestelde en de dag daarna draaide hij het nog een keer om hoewel dat eigenlijk niet kon. Enzovoort, tot ik al observerende in de gaten kreeg waarom dat was en dat was een heel wonderlijke realisatie. Waarom probeer ik steeds om alles in concepten te proppen, om alles te begrijpen via het denken of in de gevoelssfeer?
En hij gaf me tips hoe ik op een andere manier naar de dingen kon kijken. Echt kijken dus. En toen werd het me duidelijk dat het gewoon geen enkele zin had om jezelf – dat wat je dan jezelf noemt – op zo'n manier te bezien of te beschouwen of zelfs niet te beschouwen. Dat was een absolute ondermijning van het zelfbewustzijn, zoals een termiet een stoel opeet. Op een gegeven moment is het zaagsel. Het ziet er nog wel uit als een stoel, maar het is geen stoel meer.

Leidde dat tot je realisatie?
Hij bleef aan de gang op die manier. En toen kwam er een moment dat ik er schoon genoeg van had. Echt zo schoon genoeg dat ik ... ik zal niet zeggen kwaad werd, maar er vond een verschuiving plaats, een accentverschuiving van alle autoriteit buiten mij, met inbegrip van Nisargadatta, naar een autoriteit binnen in mijzelf. Hij was aan het praten en op een gegeven moment zei hij 'niemand'. Hij zei: 'Er is hier natuurlijk niet iemand die praat.' Dat werd me teveel. En ik zei: 'Als je dan niet praat waarom hou je je mond dan niet? Waarom dan nog iets zeggen?'
En het leek wel of hij daarop gewacht had. Hij zei: 'Wil je dat ik niet meer praat? Is goed, dan praat ik vanaf nu niet meer en als mensen iets willen weten, dan gaan ze maar naar Alexander. Vanaf nu wordt er niet meer vertaald, vertalers hoeven niet meer te komen, er wordt geen Engels meer gesproken. Er wordt alleen nog maar Marathi gesproken en als mensen problemen hebben gaan ze maar naar Alexander want die schijnt hier alles te weten.'
En het gedonder met de anderen, de slijmjurken en de slijmballen die zeiden dat ik m'n excuses moest aanbieden! Van m'n leven niet. Ja, je kan je excuus niet aanbieden aan een niemand hè?!
En tegen mij zei hij: 'En jij, jij kan hier niet meer komen.' En ik: 'Hoezo kan ik hier niet meer komen. Hou me maar eens tegen. Ben je helemaal besodemieterd.' En de vertalers waren daarover helemaal over hun toeren natuurlijk. Ze zeiden dat zoiets nog nooit vertoond was. En hij was kwaad! Niet te geloven zo kwaad! En de geschenken die ik voor hem had meegebracht gooide hij voor m'n voeten en hij zei: 'Niets wil ik van jou. Nothing from you I want.'

En dat gaf de doorslag, want toen gebeurde er iets, er was geen denken want ik was ... die autoriteitsverschuiving had plaatsgevonden. Zoals ik het ervoer kwam er van alle kanten van alles op me af: de logica, het verstand, het intellect van de ene kant en tegelijkertijd van de andere kant het hart, de gevoelens en alle fenomenen, al het gemanifesteerde kwam allemaal regelrecht van alle kanten tegelijk op me af naar een absoluut centrum waar de boel explodeerde. Knal. Niet te geloven. Daarna was het duidelijk voor me ...
De volgende dag ging ik er gewoon naartoe. Er was wel een lezing, maar er werd inderdaad geen Engels gesproken. Ik kan je verzekeren dat de spanning te snijden was, want ik was de schuldige natuurlijk. Dat wou hij me in de schoenen schuiven en die vertalers zaten er gewoon een beetje bij. Er werd zelfs niet gesproken. En de dag daarna waren er niet eens lezingen. Kwam ie eraan met de auto, reed weg toen hij mij zag en ging naar de bioscoop ... Toen heb ik hem een brief geschreven. Twaalf kantjes. In perfect Engels. Die brief heb ik laten brengen. Ik vond dat het nu de spuigaten uitliep. Ik heb alles opgeschreven. En zijn antwoord was: laat hem morgen om 10 uur komen. En die dag las hij mijn brief voor en zei: 'You understood. Deze confrontatie was nodig voor de eliminatie van dat zelfbewustzijn. But you understood completely and I am very happy with your letter and nothing happened.' Dat luchtte de zaak natuurlijk wel op. Hij vroeg of ik nog langer wilde blijven. 'Vanuit deze situatie, die op 21 september 1978 plaatsvond, wil ik in liefde hier zijn.' En hij zei: 'Dat is goed.' Vanaf die dag heb ik alle gesprekken bijgewoond en ook af en toe vertaald als er bijvoorbeeld Spanjaarden kwamen of Fransen of Duitsers die slecht Engels verstonden. Ik was toen zo'n beetje een hulpje.

Je past dus echt dezelfde methode toe als hij: het elimineren van het zelfbewustzijn tot op het bot en de mensen hun vereenzelvigingen laten zien. Was dat zijn methode?
Ja. Het valse als het valse herkennen en daarmee de waarheid geboren laten worden. Maar het wonderlijke was, het basisdilemma van MIJ en als ik 'mij' zeg bedoel ik in zekere zin iedereen, dat je je op een gegeven moment afvraagt: waar ik voor gekomen ben, blijkt dus iets totaal anders te zijn dan wat ik dacht. Iedereen heeft ideeën over deze kwestie en ik had in de verste verte niet vermoed dat de Verwerkelijking daarvan iets dergelijks zou zijn. Dat ten eerste. Ten tweede blijkt dat je op een gegeven moment min of meer voor de keuze staat om je zelfbewustzijn te handhaven uit trots, arrogantie, intellect. En de functie van de Guru, de vaardigheid waarmee hij de vluchtwegen van de discipel tot de wezenlijke zelfconfrontatie kon afsluiten, was bij hem ongehoord, althans in mijn geval. En voor mij was dat de doorslaggevende factor. Want als er een mogelijkheid was geweest om te 'ontsnappen' had ik dat zeker gedaan. Als een dief die toch nog probeert 'm te smeren.

Zei hij er ooit nog iets over?
Hij zei erover dat er ook een ongelofelijke moed voor nodig is om niet te vluchten. En dat mijn komst hem bijna een hartaanval bezorgde. Dat hij eigenlijk niet meer de kracht had om zulke gevallen als ik aan te pakken naarmate hij ouder werd. Ik heb dus het gevoel dat ik precies op tijd gekomen ben. Later werd hij ziek. Hij zei: 'Ik heb geen kracht meer om mensen te overtuigen. Als het je bevalt, blijf dan komen, misschien heb je er wat aan, maar ik heb de kracht niet meer om mensen zoals hij' (en dan wees hij naar mij) 'te overtuigen.' Ik ben hem zo dankbaar. Want het laat alleen maar zien hoe groot mijn verzet was. Er moet een evenredige kracht zijn die net iets sterker is dan jouw vreemdste en sterkste verzet. Dat heb je nodig. Het laat zien hoe groot mijn verzet was. En het laat zien hoe groot zijn kracht was. En zijn vaardigheid. En daarom is hij voor mij dus de grote Satguru. Het feit dat hij in staat was om de slimste afweer – en ik kan je verzekeren dat na 15 jaar me te hebben verdiept in dat soort zaken – mijn afweer uiterst geraffineerd en slim was, maar voor hem moeilijk, ook al kende hij zijn pappenheimers. Ik was echt een moeilijk geval. Daarom moest ik naar zo'n moeilijk iemand natuurlijk. Het zegt veel over mij. Net zoals hij in het begin zei dat het alles zegt over Frydman. Maar de vaardigheid waarmee hij alle vluchtwegen van de leugen en de valsheid kon afsluiten, heb ik nergens anders zo gigantisch groots gezien.
Ik ben natuurlijk niet overal geweest, maar bij Ramana Maharshi smolt je gewoon. Dat was een heel andere manier. Bij Krishna Menon kon het intellect niet standhouden bij zo'n gigantische demontage, maar bij Nisargadatta was elke ontsnapping gedoemd te mislukken. Mensen die kwamen om iets te halen of mensen die dachten daar iets te kunnen brengen, stonden binnen vijf minuten geestelijk gesproken naakt buiten. Ik heb daar heel veel mensen in grote verschrikking weg zien lopen. Op een gegeven moment was ik helemaal niet meer bang, omdat ik het gevoel had dat er toch niets meer te verliezen was. Dus kan ik ook niet zeggen dat het nou echt moedig van me was. Ik kan alleen zeggen dat ik in zekere zin met hem in de aanval ben gegaan. En het leuke was dat hij het ook heel erg waardeerde. Want hij stuurde wel mensen weg, maar die gingen dan ook echt en kwamen meestal niet meer terug en dan zei hij: 'Dat zijn lafaards. Ik heb ze niet weggestuurd, ik heb dat deel van hen weggestuurd dat niet acceptabel is hier.' En als ze dan weer kwamen, helemaal open, dan zei hij er niets over. Maar tijdens dat gebeuren met mij vergaten de mensen dat. Er was ook een dokter, een heel fijne man, die zei: 'Denk niet dat hij heel bruut tegen je is; je hebt er geen idee van hoeveel liefde erin zit om dit met jou te doen.' 'Jajajaja, dat weet ik wel,' zei ik, want ik wilde van niemand commentaar. Tenslotte was dit waar ik voor gekomen was! Alleen de vorm waarin het gebeurde, die was wel even iets totaal anders dan wat ik ook maar in de verste verte had kunnen vermoeden. Maar nogmaals, dat zegt meer over mij dan over Maharaj. En dat denk ik nog steeds.

Zijn methode was dus je het valse als vals te laten herkennen, de onwaarheid als onwaarheid te leren doorzien en daardoor tot waarheid te komen?
Ja. En dat ging dieper dan ik ooit had kunnen vermoeden. Het denken was absoluut hulpeloos. Het intellect maakte geen schijn van kans. Het hart was ook een valkuil. En dat is precies wat er daar gebeurde. Dat is alles. En ik weet dat er na die dag, 21 september 1978, in mij nooit meer een greintje twijfel is geweest omtrent deze kwestie en dat die autoriteit, dat gezag, die authenticiteit, nooit meer de wijk genomen heeft, zich nooit meer verplaatst heeft. Er is geen enkele autoriteit op de wereld, in deze wereld noch in een andere wereld, die mij uit die Realisatie kan stoten. Zo ligt het.

Heeft Maharaj gezegd dat je na die realisatie iets moest doen?
Ik vroeg: 'Het is allemaal mooi, maar wat nu? Wat moet ik met mijn leven?' Toen zei hij: 'You just talk and people will take care of you.' En zo is het gegaan.

Ging je hem vaak bezoeken?
Verschillende keren. Zo vaak ik kon was ik daar elk jaar twee of drie maanden. Tot de allerlaatste keer. En toen ik wist dat ik hem nooit meer zou zien, was er ook helemaal geen verdriet of zoiets. Het was gewoon zoals het was. Het was prima zo.

Deed hij tegen anderen ook zoals tegen jou?
Niet zo intens en niet zo persistent.

Je krijgt wat je aangeeft?
Ja, dat is zo. In zekere zin deed hij dat bij iedereen, maar als iemand heel gevoelig was, pakte hij dat toch anders aan. Het scheelt natuurlijk of er een oudere non voor je zit of een rebel zoals ik. Die er ook uitziet alsof hij wel iets hebben kan natuurlijk. De laatste keer zei hij: 'He will be powerful in Europe. He has the Knowledge. He will be the source of what I am teaching.' En dan wees ie met die koplampen van ogen naar mij. Dat is toch heel wonderlijk...
Het is nu tien jaar geleden en het lijkt een week. Ik heb in de loop der jaren de woorden van hem leren waarderen. Waar ik eerder vraagtekens bij zette, zie ik nu manifest worden. Eerst dacht ik: zoals hij dit verwoordt is toch typisch Indiase conditionering, maar het wonderlijke is dat alle adviezen die hij heeft gegeven mij leerden me daaraan te houden. Ik heb me er ook een paar keer niet aan gehouden en dat heeft altijd tot rampen geleid.

Zoals?
Hij heeft bijvoorbeeld tegen mij gezegd: 'Don't challenge the Great Ones. Let them. Let them enjoy.' En ik moet zeggen dat ik daar moeite mee gehad heb. Maar mijn rebelse karakter kennende – en dat heeft hij natuurlijk onmiddellijk gezien – moest hij me dat toch meegeven. En steeds als ik merk dat dat aspect van mijn karakter zich wil uitdrukken, hoor ik zijn stem 'Don't challenge the Great Ones.' Hij voorzag dat. Dat weet ik zeker. En zo heeft hij nog een aantal dingen gezegd die zich ineens kunnen aandienen. Dan hoor ik hem. En Wolter heeft dat altijd gezegd. Hij zei: 'Na de zelf-realisatie zijn de enige woorden die je bij blijven de woorden van de Guru. Al je kennis verdwijnt, maar de woorden van de Guru blijven.' En ik kan nu bevestigen dat dat waar is. Dat dat zo is.

Was Wolter ook een discipel van Nisargadatta?
Nee, maar hij is er wel vaak geweest.

Ik heb begrepen dat jij het Levende Onderricht, the Living Teaching, heel erg belangrijk vindt. Geldt dat speciaal voor Advaita?
Het bezwaar van boeken over Advaita, met inbegrip van de vertalingen van de woorden van Nisargadatta is dat er te veel kennis in wordt gegeven. Dat is een bezwaar. Mensen zouden die kennis, en vooral de kennis op het hoogste niveau, kunnen gaan gebruiken ter verdediging en instandhouding van hun zelfbewustzijn. Dat maakt mijn werk moeilijker. Kennis, spirituele kennis, kan wanneer er geen levende leermeester bij is, opnieuw gebruikt worden voor het in stand houden van het 'ik', van het zelfbewustzijn. The mind is tricky, cunning. En ik spreek uit eigen ervaring! Want Advaita Vedanta kan zonder een goede levende leermeester, een goede zeg ik, een perfect zichzelf sluitend afweermechanisme zijn. Het kan een plastic zak zijn die lekt aan alle kanten, maar je kan het lek niet vinden. Je weet dat het niet klopt, maar het lijkt kloppend. Voor het mentale gebied lijkt het kloppend, maar voor het gebied van de Verwerkelijking klopt het niet. Dat is het gevaar in de Vedanta. Mits er dus een goede levende leermeester beschikbaar is, kan het geen kwaad. Maar blijf af van Advaita als er geen leermeester voorhanden is! Mits goed begeleid, kan Advaita schitterend zijn.

Bedoel je dat mensen dingen zouden kunnen doen vanuit een zogenaamd 'weten' dat ze meer zijn dan de inhoud van het bewustzijn? Dat ze er dus van uitgaan dat de inhoud eigenlijk zonder waarde is?
Ja. Daarom wilde ik nooit boeken schrijven tot nu toe. Maar zolang ik leef, zijn er Living Teachings. Als ik dood ben, kunnen ze ermee doen wat ze willen, maar zolang ik leef, ben ik erbij.

Om corrigerend op te treden?
Ja.

Heeft de mens een ingebouwd beschermingsmechanisme?
Op het niveau van de psyche is er een beschermingsmechanisme waardoor je niet meer opneemt dan je aan kan, maar op een hoog niveau heb je onherroepelijk vroeg of laat een leermeester nodig die je bepaalde dingen zal moeten vertellen, die dingen moet uitleggen omdat je anders gegarandeerd vastloopt. Wie geen levende meester wenst, loopt vast.

Boeken zouden ertoe kunnen leiden dat mensen geïnteresseerd raken en op zoek gaan.
Naar een goede leermeester van vlees en bloed. Levend!

Heeft Nisargadatta voorzien dat jij je als Guru zou gaan manifesteren?
'Guru' vind ik een rotwoord, maar hij heeft wel gezegd: 'Many people will seek your blessings.'

Je kon dus niet anders. Het ging vanzelf.
Hij heeft gezegd: 'Het zaad is gezaaid, de seizoenen doen de rest.'

Geldt dat niet voor iedereen?
Ja, maar sommig zaad valt goed en komt uit en ander zaad komt niet op. Van een miljoen zaadcellen bereikt er maar een het eitje.

Bij Nisargadatta werden ook bhajans gezongen en bepaalde rituelen gedaan. Vooral voor de Indiërs. Deed jij daar ook aan mee?
Ik heb er tweemaal aan meegedaan. De bhajans vond ik wel apart ...

Wat is het doel daarvan?
Het zingen van bhajans heeft een louterend effect op lichaam, denken en voelen zodat de Kennis manifest kan worden en een plek kan vinden. Ik heb er geen behoefte aan, maar ik zie wel dat het zingen sociaal en emotioneel soulaas biedt en dus ben ik er niet tegen. Verder werd er prasad uitgedeeld en arati gedaan.

Wat is arati?
Een vorm waarbij met vuur gezwaaid wordt en waar kamfer verbrand wordt. Kamfer is het symbool van het ego. Dat brandt en daar blijft niets van over. Net als er bij zelf-realisatie niets van het zelfbewustzijn over blijft. Het is een mooi ritueel. Het maakt je attent op allerlei dingen. Er wordt met vuur gezwaaid ter hoogte van je ogen opdat wat je ziet mooi mag zijn; bij je oren opdat wat je hoort zuiver mag zijn en ter hoogte van je mond opdat wat je eet zuiver mag zijn. Het is hindoestaanse symboliek die in India zo ingeburgerd is dat het meestal tot vervlakking en allerlei gewoontehandelingen is verworden. Als symbool vind ik het wel wat hebben, maar westerlingen moeten zich daar niet aan wagen tenzij ze de symboliek helemaal doorzien. Het zingen van AUM vind ik goed, dat werkt, dat zijn wetmatigheden. Het werkt voor het louteren van lichaam, denken en voelen, zodat de Kennis waar het om gaat manifest kan worden en een plek in je leven kan vinden.

Volgde Nisargadatta een bepaalde traditie?
Nou en of! De Navdath Sampradya*. De traditie van de Negen Guru's. De eerste was Jnaneshwar (Jnanadeva) uit de 13e eeuw, die op z'n twintigste tot zelf-realisatie kwam en ook op die leeftijd stierf. Nisargadatta was de negende.

Ben jij de tiende?
Nee. Ik noem Maharaj altijd 'de laatste der Mohikanen'.

Toch heb je het altijd over de Traditie.
Ik werk volgens een traditionele achtergrond omdat daar een ervaring ligt van duizenden jaren onderricht. En onderricht dat werkt! Ik heb de Traditie leren waarderen. Ik ben eigenlijk helemaal niet traditioneel, maar in mijn hart ben ik een traditionalist. Als ik het heb over 'de traditie' dan bedoel ik de traditie van de Advaita zoals die manifest geworden is in de Navdath Sampradya.

Wat is het belang van traditie?
Het belang van een traditie is net als met vioolspelen, dat je voorgangers hebt gehad die het op een bepaalde manier gedaan hebben waarvan je weet dat het werkt. Maar veel tradities zijn doodlopende tradities geworden, omdat ze niet meer werken. Daarom zie je altijd vernieuwers zoals een Boeddha, een Krishna, Krishnamurti, Ramana Maharshi in zekere zin, Bhagwan (Osho) en Nisargadatta. De manier waarop Nisargadatta het zei was toch weer heel anders dan zijn Guru het zei en de manier waarop het hier manifest wordt, is toch weer heel anders dan bij Nisargadatta. Het gaat om de 'essentie'. Zoals bewustzijn wordt overgedragen door middel van seks, zo wordt verlichting overgedragen door de Guru.

Heeft Nisargadatta jou die traditie geleerd?
Je kunt een traditie niet leren; je kan alleen tot zelf-realisatie komen. En dat is wat er gebeurd is. Ik weet wat ik weet. Klaar.

En dan is er een traditie geboren?
Ja, precies, je zegt het heel goed.

We zijn nu bezig met het boek 'Zelf-realisatie'. Hoe vind je dat boek?
Het is geen makkelijk boek. Het is geen makkelijke bedgenoot.

Op de een of andere manier heeft het vertalen veel voor mij gedaan.
Jij bent al heel lang bezig met deze zaken, dus het lezen in een vrij directe vorm van de woorden van Nisargadatta moet een effect hebben, maar zelfs jij vond het een moeilijk boek. Het thema van het boek – wie was je vóór de conceptie, voordat lichaam/denken/voelen erin kwam en vóór de vorming van woorden in de geest begon – is nou niet bepaald eenvoudig te noemen, maar na herhaaldelijk lezen en met elkaar praten en allerlei andere dingen, wordt een en ander toch duidelijk.

Het moet verteerd worden?
Ja, vooral het verteren is van belang. Je kan wel een hoop eten, maar het moet ook verteerd worden.

Zag je hem ook nog wel gewoon, overdag, zoals hier in de keuken?
Hij woonde in dat huis en iedereen ging naar zijn hotel of naar familie of naar vrienden of logeerde bij de tolken/vertalers. Er bleef ook altijd wel iemand in huis om een beetje voor hem te zorgen, maar iedereen ging gewoon zijns weegs. Er was geen sprake van een ashram in de gebruikelijke zin, een verzorgingsinstituut, een soort leger des heils voor zoekers. Geen sprake van.

Hoe was hij tussen de bedrijven door?
Wisselend, van uiterst vriendelijk tot knorrig.

Vond je hem een aardige man?
Geen seconde over nagedacht.

Zou je zijn vriend willen zijn?
....

Dat kan niet?
Nee, rare vraag.

Vind ik niet; je kan toch zeggen 'hij is mijn Guru maar als mens, als persoon' ... als je hem tenminste nog als persoon zou kunnen beschouwen?
Een kanjer gewoon, maar ja, daar is geen zinnig woord over te zeggen.

Dat geloof ik niet.
Echt niet.

Heb je weleens met hem gegeten?
Ja.

Heb je weleens met hem naar muziek geluisterd?
Nee.

Heb je weleens gewoon met hem gebabbeld over koetjes en kalfjes?
Ja.

Hoe was dat?
Gewoon, zoals met jou.

Vond je dat eng?
Nee.

Nooit? Ook niet in het begin?
Nee.

Had hij een gewoon huiselijk leven?
Ja.

Was hij getrouwd?
Ja. Hij had kinderen.

Hoe was hij als vader?
Streng.

Hoe was hij als echtgenoot?
Weet ik niet want zijn vrouw was dood.

Had hij vriendinnen?
Nee.

Sprak hij weleens over seks?
Nee, nooit.

Wat deed hij in zijn vrije tijd?
Hij had geen vrije tijd. Al zijn tijd werd besteed aan de 'talks'. Of hij sliep of hij wandelde of hij keek naar buiten. En hij rookte een beedee-tje.

Hoe vond hij het om ziek te zijn?
Vond hij niks van. Is gewoon iets van het lichaam, een aardigheidje.

Hoe was zijn houding ten aanzien van vrouwelijke 'zoekers'?
Voor Indiase vrouwen was het mond dicht en luisteren. Geen vragen stellen. Tenzij ze erg dapper waren, dan stond hij ze wel toe vragen te stellen en gaf hij antwoord. Westerse vrouwen gaf hij gewoon antwoord, zoals bij de mannen. Maar bij Indiase vrouwen was hij heel traditioneel: 'just keep quiet.'

Had hij een of andere hobby?
Nee.

Hoe dacht hij over Bhagwan (Osho)?
Verschillend. Ligt eraan wie de vraag stelde.

Nou ja, je wil niet meer. Ik geef 't op.
(lacht en zet de microfoon uit.)

 

Oorspronkelijk interview hier

Ontwaken Jan Kees Vergouw

 

Vraag: Toch verwijzen veel leraren naar methoden als bijvoorbeeld meditatie. Helpt het lezen van veel boeken?

JK: Het is geen kwestie of zoiets helpt, het is bijna onvermijdelijk dat we boeken lezen, dat we boeken over zelfrealisatie in handen krijgen. Dat gebeurt. Er zijn heel weinig voorbeelden te noemen van mensen die tot zelfrealisatie komen zonder gelezen te hebben of zonder gemediteerd te hebben of zonder in de zon gekeken te hebben of zonder op hun kop gestaan te hebben. Er zijn maar heel weinig mensen die dat niet gedaan hebben.

Het gaat er niet om dat er een noodzaak is, het gaat er om dat zoiets klaarblijkelijk plaatsvindt. Je kunt niet anders dan mediteren, naar Satsang gaan, boeken lezen. Blijkbaar is die hartstocht inherent aan het zoeken. Zonder zoeken geen hartstocht en zonder zoeken geen verlangen om de ervaring van afgescheidenheid op te lossen.Dus op zoek zijn naar een oplossing is inherent aan het lezen van boeken, mediteren, naar Satsang gaan of dat juist expres allemaal niet te doen. Het is de grote paradox - het zoeken naar een oplossing. Het staat de vanzelfsprekende natuurlijkheid die we zijn schijnbaar in de weg. Een diep verlangen, alles overheersend. Je hele leven lijkt vervuld te zijn van maar één verlangen: verlicht willen worden, althans dat was bij mij zo.

Vraag: Hierop aansluitend: misschien kun je nog iets zeggen over jouw weg of pad naar realisatie?

JK: Als kind werd ik vaak als het ware getart, door het zien dat er geen ik is.Dat lijkt overigens een contradictie, maar zo was het nu eenmaal. Dan legde mijn vader zijn hand op mijn voorhoofd en werd ik weer rustig.Toen ik een jaar of achttien was, stond ik in de kroeg en vroeg ik aan andere jongens of ze dat ook kenden: dat je niet een iemand bent en dat je nauwelijks een lichaam hebt. Daar werd dan stevig om gelachen Een jongen kwam later naar mij toe en zei dat zijn yogaleraar daar ook altijd over praatte. Zo kwam ik bij mijn eerste leraar.

Op mijn 22e gaf hij me de raad om naar Jean Klein te gaan, die twee keer per jaar naar Nederland kwam. Daarna of vlak daarvoor - dat weet ik niet meer - was er de ervaring waarbij de stoppen van het bekende doorsloegen en er geen enkel individueel besef meer was en geen lichaam. Het landschap stond in lichterlaaie en er was totaal geen aanknopingspunt meer met wat voor ons bekend is.Ik weet niet hoe lang dat was in chronologische zin, maar heel langzaam kwam de gedachte in me op: ik ben nu dood. Door het denken van die regel merkte ik al heel snel dat ik in bed rechtop zat en begon het lichaam voor een paar uur te 'shaken'. Nadien geen bliss, geen vrede en geen vrij zijn van angst, maar wel een absoluut helder doordrongen zijn van het besef, dat het ik waar we ons bestaan aan ophangen niets anders is dan een gedachte of een reflex.

Vraag: Voor het bespelen van de sarod heb je les gehad van Alexander Smit. Wat voor rol heeft Alexander gespeeld in jouw spirituele proces?

JK: Eigenlijk gaf Alexander geen muzieklessen, maar hij maakte voor mij een uitzondering.Zijn passie voor de klassieke Indiase muziek was ongekend. Van 1980 tot 1984 kreeg ik wekelijks lessen en volgde zo nu en dan zijn (toen nog) huiskamer-satsangs. Ik heb hele prettige en vriendschappelijke herinneringen aan die tijd. Ik beschouwde hem zeker als de man die de laatste resten twijfel bij me weg kon nemen.In een satsang-weekend, dat samenviel met mijn verjaardag, vroeg Alexander mij wat ik wilde hebben . 'Totale zelfrealisatie!', was mijn gretige reactie. 'Je moet me geen dingen vragen, die ik je niet kan geven.', was zijn onmiddellijke antwoord. Nadien hield het zoeken op.

Oorspronkelijk interview hier

Website Jan Kees Vergouw

Ontwaken Jan Kersschot

 

“Zou je kunnen vertellen hoe je je Jan Kersschot als zoeker herinnert?  Wat was zijn 'schijnbare' weg”?

 Jan was een heel gedreven zoeker, heel open en toch heel kritisch. Geen enkele steen zou onaangeroerd blijven, tot ik 'Het' gevonden zou hebben. Dat ik gedreven was betekende echter niet dat ik het gewone westerse leven achter me liet. Ik voelde geen behoefte om mij in een klooster of ashram te vestigen, om andere kleren te gaan dragen, een nieuwe naam te krijgen. Ik vond dat mijn zoektocht moest compatibel zijn met een familiaal leven, met wijn, seks, vlees, BMW, luxe vakanties en de rest dat gewoonlijk als niet-spiritueel bestempeld wordt. Dat is misschien een van de kenmerken van mijn zoektocht: als ik op zoek ben naar het éne, naar het ultieme, dan moet dat voor iedereen en voor alle tijden beschikbaar zijn. Ongeacht gedrag of gevoel. Dat was mijn logica en ik stond daar dikwijls alleen mee. 

Als ik op zoek was naar het éne kon ik niets uitsluiten. Al gauw was het me duidelijk dat ik alle gedragsregels aan mijn laars ging lappen. Wie heeft er het lef om mij iets te verbieden als het draait om het universele, om het éne? Dus alle spirituele regels werden bekeken, soms tijdelijk uitgetest en later weer verworpen. Niet alleen de regels van de katholieke kerk waarin ik was opgegroeid als kind, maar uiteindelijk ook de regels en geboden uit bijv. het boeddhisme en hindoeïsme.

Mijn eerste eenheidservaring was op mijn 15e jaar. Een moment van totale openheid. Je zou het een mystieke ervaring kunnen noemen, maar dat klinkt een beetje te ernstig, te religieus. Het was heel eenvoudig, heel kinderlijk en toch lichamelijk. Zuivere aanwezigheid, ten volle. Onverwacht en toch zo helder. En tegelijkertijd was 'ik' er niet bij betrokken. En misschien was ik daarna – bewust of onbewust – altijd terug op zoek geweest naar die eenheid, naar die totale versmelting. Misschien was die ervaring wel (onbewust, als je wilt) de drijfveer van mijn zoektocht.

Rond mijn 18de startte ik met transcendente meditatie. Al direct tijdens de eerste meditatie ging ik als het ware voorbij een muur. Ik wist dat er 'iets' op mij wachtte, een onbeschrijfbare leegte, die ook heel vertrouwd overkwam. Het was alsof ik een oud 'gevoel van eenheid' herkende. Ik kwam een oude vriend tegen, die meer 'ik' was dan mijn eigen persoon. Het was een thuiskomen bij het onzegbare. Het voelde zo ongelooflijk vertrouwd aan. Ik moest er absoluut meer over weten. Op mijn schijnbare weg kwam ik allerhande leraren tegen, sommigen in de vorm van boeken (bijv. J. Krishnamurti, Osho, Deepak Chopra, Wolter Keers, Jean Klein, Lao Tze, Alan Watts, Sri Nisargadatta, Ramana Maharshi), anderen in de vorm van levende leraren of goeroes (Armando Dacosta, Jacques Lewensztain, Alexander Smit, Andrew Cohen, Ranjit Maharaj, Francis Lucille, Douglas Harding).

Vooral de experimenten van Douglas waren voor mij een openbaring. De eerste keer (ik denk dat het in 95 of 96 was) was het alsof de gordijnen van mijn waarnemingsvenster plots werden opengetrokken. Alles wat ik in al die boeken gelezen had, was nu zonneklaar. Van 'horen zeggen' naar 'zien'. Van begrijpen naar ZIJN. Ook de andere experimenten van Douglas gaven me korte of lange momenten van openheid, zuiverheid en volle leegte, die mij toen het gevoel gaven dat ik op goede weg was. Maar de honger was nog niet gestild.  Ik las nog meer boeken (bijv. van Justus Kramer Schippers, Eckhart Tolle, Ramesh Balsekar, Wayne Liquorman, Chuck Hillig), en geleidelijk werden allerlei geloofssystemen overboord gegooid.

Toch zat ik nog in mijn hoofd met een spiritueel pad, ook al besefte ik dat niet als dusdanig. Op een heel subtiel niveau waren egospelletjes toch nog ergens aan de gang: vergelijken, verlangen, verwachten, idealiseren, opeisen, enz.Anderzijds voelde ik toen al dat ik op een smeltende ijsschots zat en dat de zee waarop ik dreef altijd maar warmer en warmer werd. Wat ik toen nog niet besefte was dat ikzelf ook van ijs gemaakt was en dus ook zou mee wegsmelten. Ik dacht nog altijd dat ik – als Jan – ergens naar op weg was. Dat er iets mis was met mij of dat ik nog moest verbeterd worden op spiritueel vlak en dat daar absoluut iets aan gedaan moest worden.

Tot ik Tony Parsons leerde kennen. Al bij de eerste ontmoeting was het raak. Gewoon die woorden 'this is it'. Toen werd het pad ontmaskerd. Let op: dit was helemaal geen spectaculaire openbaring. Het was heel gewoon. Geen bruuske overgang of zo. Op een hoogst eenvoudige en heel natuurlijke manier werd alles duidelijk. Gans het kaartenhuisje zakte in elkaar. In alle eenvoud en gewoonheid. Alle vragen waren verdwenen.En ook al probeerde het denken achteraf om toch maar weer een kaartenhuisje op te bouwen, het illusoire van het hele huisje werd onontkoombaar duidelijk. Tony ontnam me alle hoop. De motor bleef nog een tijdje draaien, ook al was de stekker eruit getrokken. Ik protesteerde nog enkele keren, totdat mijn verstand het uiteindelijk opgaf.

Toen viel alles wat ik nog verwachtte (op spiritueel vlak), alles waar ik nog aan gehecht was, van mij af. Of beter nog, ik zag dat die 'ik' waarmee ik me identificeerde nooit bestaan had – tenzij als een idee. Het leek er soms op alsof Tony mij in een trage wurggreep had, maar in feite waren het mijn eigen vragen die ik op hem afvuurde, die terugkeerden als boemerangs.

Ook mijn gesprekken met Nathan Gill – een vriend van Tony – waren toen heel verrijkend. Ik had mezelf in het drijfzand genesteld en liet me moeiteloos zinken. Het sterven van het ego was eigenlijk maar het sterven van een illusie. En dus niet zo bijzonder als ik altijd had gedacht. Er was enkel nog maar het tijdloze 'This is it'.

Is er voor die persoon en arts als 'expressie van bewustzijn' iets veranderd na 'This is it'?

In tegenstelling tot wat ik had verwacht, is er met de persoon 'Jan' en zijn functie in de maatschappij zeer weinig veranderd. Het feit dat je het éne herkend hebt in het diverse, verandert niets. Zelfs degene die Het zou herkend hebben, is een illusie. Ik bén bewustzijn zelf (en dat is de lezer trouwens ook) en de persoon 'Jan' verschijnt in datzelfde bewustzijn. Maar ik heb geen enkele hogere taak of zo. Ik zie trouwens niet wat er zou moeten veranderd worden.

Alles is zoals het is, ook al lijkt het constant te veranderen. De persoon bekend als 'Jan' (en dat is ook maar een plaatje) mag er nog altijd zijn. Met zijn kwaliteiten en gebreken. Toch is er wel iets veranderd. Er is geen gevecht meer op spiritueel niveau. Het zoeken is voorbij want de zogenaamde zoeker was maar een concept. Was maar een figurant. Het bewustzijn was er al de ganse tijd, ook wanneer ik het niet als dusdanig herkende. Als gevolg van dit inzicht kan ik niets voor mezelf opeisen, zelfs niet de zogenaamde ervaringen die ik zonet beschreven heb!

Ook al geloofde ik toen nog in 'mijn ik' dat op weg was naar iets hoger, het 'ik' was toen ook al illusoir. Ook al waren die ervaringen voor mijn spirituele ego zeer belangrijk, nu lijkt het alsof ze zelfs niet gebeurd zijn. Het betekent eigenlijk niets, en dat is geen valse bescheidenheid. Het zijn maar beelden die nu (of beter: in het tijdloze) verschijnen. Het zijn als het ware herinneringen aan gebeurtenissen waar ikzelf niet aanwezig was. En de eenheid was er al voor die transcendente ervaringen, tijdens die ervaringen en ook daarna. Ook op momenten die we als banaal of niet spiritueel bestempelen, is het éne voor de volle 100% aanwezig.

Oorspronkelijk interview hier

Website Jan Kersschot

Ontwaken Jan Koehoorn

 

Vraag: Dat alles op alles zetten heeft dat te maken wat jouw leermeester Alexander Smit omschreef als het uitspelen van de 'laatste troef'. Kun je me dat uitleggen en kan je me iets vertellen over hoe dat bij jou is gegaan?

 

Jan: Ik zal je vertellen hoe dat gegaan is. Ik had al een jaar of vijf alles gelezen wat ik te pakken kon krijgen over zelfonderzoek in het algemeen en Advaita in het bijzonder. Nisargadatta, Krishnamurti, Jean Klein, Wolter Keers, John Levi, Ramana, noem maar op. Op een goede dag kwam ik het boek 'Bewustzijn' van Alexander Smit tegen. Hoewel ik van mezelf vond dat ik Advaita al aardig 'door' kreeg, snapte ik misschien voor tien procent waar hij het over had.

 

Ik heb het boek tientallen keren gelezen en besloot om te proberen in contact te komen met de schrijver.Dat lukte vrij snel en ik ging naar Baarn voor satsang. De impact van die satsangs was enorm. Ik bleek toch nog allerlei ideeën te hebben over hoe een 'verlichte' er uit hoorde te zien, hoe hij of zij zich behoorde te gedragen, enzovoort. Door het levende contact met Alexander verdwenen al deze concepten.

 

Ik wilde niet meer een 'beter mens' worden, ik wilde zelfs niet eens meer 'verlicht' worden. Ik wilde alleen nog maar weten: wie ben ik? Ik had vaak gelezen dat verlichting een soort flits is, alsof je door de bliksem wordt getroffen. Bij mij gebeurde iets heel anders, ik noem het tegenwoordig vaak 'het optrekken van de mist'. Er waren geen vragen meer, er waren ook geen antwoorden meer, alleen een allesdoordringende helderheid die volkomen twijfelloos was.

 

Vragen van andere bezoekers vond ik onzinnig. Ik heb Alexander bedankt en heb hem nooit meer gezien.Mijn laatste troef was dus, dat ik op een hele subtiele manier toch nog een 'verlichtingsconcept' koesterde. Door het contact met Alexander loste dat op. Het leuke van satsang, is dat je denkt dat je instapt in een soort leraar-leerling-situatie, en dat gaandeweg het verschil tussen leraar en leerling wegvalt. En dat is heel moeilijk uit een boek te halen. 

 

 

Website Jan Koehoorn

 

 

Ontwaken Johan van der Kooij

 

Op een ochtend in dit voorjaar dacht ik na over mijn toekomst. Ik had mijn baan opgezegd en maakte me zorgen hoe mijn leven verder zou gaan. Hoe meer ik erover nadacht, des te sterker besefte ik dat ik het gewoon niet wist. Van welke kant ik het ook bekeek, ik kon alleen maar accepteren: ik weet het niet.

 

 Elke gedachte over de toekomst was een concept, een verzinsel. Dit besef van niet-weten werd sterker, ik schrok en belandde in een mentale leegte. Ik kon niets anders doen dan die leegte accepteren en ging zitten voor een dagelijkse meditatie. Ik zonk weg in een leegte die comfortabel, helder en ruim was. Na enige minuten besefte ik plotseling dat ik omgeven was met iets wat ik alleen maar kan omschrijven als 'een enorme aanwezigheid', een geluidloze vulkaanuitbarsting had in en om me heen plaatsgevonden.

 

 Ik besefte dat deze enorme aanwezigheid er alleen maar kon zijn omdat ik leeg was. En ik, die gewend was te zeggen, aha, dit ervaar ik, werd aan de kant geduwd: er was geen ruimte meer voor een eigenaar van gedachten, alleen nog ruimte voor een waarnemer. Ik zag mijn gedachten als een muis de woestijn in rennen.

 

Vervolgens waren er twee dingen glashelder: dat 'bundeltje gedachten' dat de woestijn in rende; dat was ik niet. Tot mijn opperste verbazing besefte ik dat ik juist het tegenovergestelde, die enorme aanwezigheid was… Niets en niemand in de wereld kon mij overtuigen dat het anders was. Ik had mijn midden gevonden.

 

Na dit diepe besef verdween 'de aanwezigheid' weer en liet een echo van stilte en helderheid in mij achter. Het voelde allemaal zo natuurlijk dat ik aan niemand vertelde wat er gebeurd was.

 

In de weken daarna ging mijn dagelijks leven gewoon verder. Mijn meditaties werden stiller en dieper, als ik met m'n aandacht naar binnen ging, naar mijn 'centrum', ontdekte ik dat daar niets, maar dan ook helemaal n i e t s was… En als ik met mijn aandacht naar de buitenwereld ging, merkte ik dat 'buiten' geen einde had. Als een eindeloos uitdijend heelal.

 

Maar het was niet allemaal Hemel en Glorie. Ik werd heen en weer geslingerd. De ene dag was ik stevig in het evenwicht gevestigd en de volgende dag liet ik me tackelen door een emotie of een verlangen. Toen ik voor de zoveelste keer onderuit werd gehaald had ik schoon genoeg van alle afleiding en op dat moment stroomde er een nieuwe autonomie in mezelf naar boven: ik kan niet zeggen dat ik een beslissing nam, maar iets in mij koos voor stilte en helderheid, de rest liet ik achter.

 

 Wat verandert er nou na zelfrealisatie?

 

Toen Ramana Maharshi die vraag werd gesteld antwoordde hij: 'vóór zelfrealisatie hield ik van aardbeien, nu hou ik nog steeds van aardbeien'. Op een bepaald niveau verandert er dus niets. In mijn lichaam, zintuigen en geest verschijnen gedachten en gevoelens, maar ik claim niet meer dat ik er de producent en eigenaar van ben.

 

Het bewustzijn schept vormen, die Ik, als ultiem subject, ken als objecten. Nu ik de gedachten en gevoelens (en dus ook verlangens) niet meer claim als van mij, verdwijnt de hunkering om gedachten en gevoelens te beïnvloeden. Ik heb best zin om mijn oude auto in te ruilen voor een nieuwe, maar ik heb die nieuwe auto niet nodig voor vrede. Voor vrede heb ik helemaal niets meer nodig, want dat bén ik. Dat is mijn natuurlijke staat: één-zijn zonder het gevoel dat er aan allerlei voorwaarden moet worden voldaan.

 

Als kind was ik gefascineerd door een centrifuge die we thuis hadden om de was te drogen. Daarin speelde zich een metafoor af: terwijl de kleding in de trommel naar de buitenkant werd geslingerd ontstond in het midden van de centrifuge een leegte. Hoe hard de centrifuge ook draaide, het midden bleef leeg.

 

Zo gaat het ook met gedachten en gevoelens. Die worden vanuit een leeg midden geboren, hoe woest of hemels, positief of negatief die gedachten ook zijn, de leegte blijft leegte. Ik deed vroeger mijn best om via allerlei methoden mijn gedachten stil te leggen. Dat was een vergissing, de menselijke geest is juist geconditioneerd om gedachten te verwekken.

 

Er is niets mis met een gedachte of een gevoel, wel met het gemekker dat erop volgt. Het gemekker probeert met alle geweld geluk af te dwingen. Daar begint het gegoochel: als ik nou zus, of als ik nou zo, dán zal ik wel gelukkig worden... Dat is pech, want geluk is niet deelbaar. Keer op keer moest mijn illusoire ik-gedachte tegen de muur lopen, keer op keer moest ik in de doodlopende steeg beseffen: dit leidt tot niets.

 

Pas toen de gedachte om het ik gelukkig te maken zich overgaf, kwam het grote besef naar boven drijven. En dat grote besef hoefde ik helemaal niet te zoeken, dat zat namelijk in mij.

 

 

Oorspronkelijk interview hier

Website Johan van der Kooij

Ontwaken Leo Hartong

 

Hoe gebeurde het met jou?

Eerst door een heel sterke ervaring toen ik 21 was. In die tijd werd dat een 'piekervaring', of een ervaring van 'kosmisch bewustzijn' genoemd, en daardoor vielen er veel dingen ineens weg, of wat ik toen dacht, op hun plaats. Ik zag 'eeuwigheid' altijd als een heel lange tijd, maar toen werd duidelijk dat het afwezigheid van tijd was.

Had je iets gebruikt of gebeurde het zomaar?

Ik had LSD gebruikt. Het was een doorslaggevende ervaring. Ik was nogal depressief die dag door bepaalde omstandigheden en ik vond alles zo fake wat ik deed en zei. Ik was met een groep mensen, maar ik ging boven zitten en zette een willekeurige plaat op en dat bleek een Beatle-plaat te zijn: I've got a feeling, a feeling deep inside/ I've got a feeling, a feeling I can't hide - die depressie brak en er was enorme opluchting, maar het was tegelijk heel vrolijk en alle tegendelen verenigden zich met elkaar.

Wat overbleef was het hierNUmaals. Het universum beantwoordde niet meer aan 'groot' of 'klein', het had dus geen referentiepunt meer, kon groot noch klein zijn. Het was heel duidelijk dat iedereen het eigenlijk wist en dat iedereen net deed of hij het niet wist. Die ervaring 'zei': 'Alles is één' - en mijn conclusie achteraf was: O, als alles EEN is dan ben ik onderdeel van die eenheid en verantwoordelijk voor wat er gebeurt en moet ik dus aan mezelf werken om te zorgen een beter deel van het geheel te worden...

Dat klinkt dualistisch.

 

 Precies. Het was dus niet helemaal duidelijk, want echte eenheid heeft geen onder-delen; een diamant heeft facetten, maar geen onderdelen. En dat is jaren zo gebleven. Er jeukte iets in mijn achterhoofd, en langzaam kwam er duidelijkheid, zoals het opklaren van een mist; ik wist ineens dat HET niet gaat om de ervaring, maar om dat wat zich bewust is van de ervaring, de ruimte waarin de ervaring zich afspeelt. En of dat een piekervaring is, of je handen wassen, of je teen stoten - het maakt niet uit voor dat waar het in gebeurt. HET is het zien zelf en niet dat wat je gezien hebt. En dat is de verschuiving.

 

 De Beatles zongen wat jij al wist?

 

 Ze waren natuurlijk een expressie van die generatie, en ze zwengelden het ook aan, maar zodra HET duidelijk voor je is, zegt ALLES het! Niet alleen de Beatles, maar ook de groenteman als hij zegt: 'Nou, dit is het dan'  en op dat moment zegt alles en iedereen het en maakt 't niet meer uit wie het zegt. Als iemand zegt: 'Hier zijn we dan' dan zegt-ie alles.

 

 Had je de behoefte om te checken met iemand die in die tijd (zestiger jaren) bekend stond als een verlichte?

 

 In die tijd was er Ram Dass. Ik had zijn boek Be Here Now gelezen. Hij was in De Kosmos in Amsterdam (een soort spiritueel Paradiso). Ik zat naast hem in het macrobiotische restaurant beneden. Er zat een andere jongen bij en die zei: 'Voel je ook de warmte? Voel je ook zijn liefde?', maar ik voelde dat niet zo. Ram Dass had het over 'be here now' en ik zei: 'ja, dat is duidelijk'; toen keek hij me heel streng aan en zei: 'Are you here now?' En ik zei: 'Where else could I be?' Toen draaide hij zich om,ging met iemand anders praten en zei: 'Ja, er zijn mensen die het met hun hoofd weten, maar niet met hun hart'. En op dat moment voelde ik me niet meer zo aangetrokken tot een discipelrelatie met hem...  
En de laatste keer was in 2001, toen ik bij Ramesh Balsekar was in Duitsland. Dat was heel prettig, heel warm. Ik sprak met Wayne Liquorman. Ik zei: 'Ik heb helemaal begrepen wat er hier besproken wordt; ik zou niet weten wat ik vragen moest.'En Wayne zei: 'Maar je zegt nog wel 'ik' heb het helemaal begrepen.' Tja, dacht ik, grammatica, hoe moet je het anders zeggen... Maar het bleef kleven, het tilde zichzelf op en opeens werd het vanzelf helder: Er is geen ik die inzicht heeft; er is zien zoals er zijn is.
Een kleine verschuiving naar hoe het eigenlijk al is.

 

 Maar wel heel belangrijk.

 

 Het was niet een grote klap, het had geen enorm effect. Op wie moet het een effect hebben? Wie moet er roepen 'Eureka, ik heb het', dan ben je weer waar je was. Ik zie Leo gewoon zijn dingen doen, en ik zie dat hij in zijn leven bepaalde karaktertrekjes heeft ontwikkeld, en dat er bepaalde dingen zijn die hij liever heeft dan andere dingen. Hij houdt bijvoorbeeld van dit eten en niet zo van dat eten en hij vindt dit een leuke film en dat een minder leuke film, maar er is nu Iets wat naar Leo kijkt en Leo aan de gang ziet en Leo kan ook niet meer zo serieus genomen worden als daarvoor. Het is niet dat ik niet geïdentificeerd ben als 'ik ben Leo', maar Ik Ben datgene wat Leo zijn gang ziet gaan.

 

Oorspronkelijk interview hier

 

Website Leo Hartong (zie ook de newsletters)

Ontwaken Susan Frank (Prajnaparamita)

  

Vraag: Is er bij jou nog sprake van een waarnemer en dat wat waargenomen wordt?

 Susan: Nee, dat is verdwenen. Die verdwijning gebeurde ongelooflijk subtiel. Als ik niet verschrikkelijk goed had opgelet, dan had ik het niet eens gemerkt. Stel je voor dat je een wandeling maakt in de mist en geleidelijk aan worden je jas en je kleding en je huid vochtig. Tegen de tijd dat je thuis aankomt ben je doorweekt, maar je hebt het niet eens in de gaten, zo subtiel en zo geleidelijk is het gegaan. En je maatje zegt dan: "Wat ben jìj nat zeg!" Zo is het voor mij eigenlijk ook gegaan. Ik had het nauwelijks in de gaten. Het was zo dun, zo ijl. Er was geen sprake van: aha, ja kijk, nu is er dan realisatie.

Vraag: Gaat dat bij iedereen anders?
 
Prajnaparamita: Ja, realisatie is voor iedereen een uniek verhaal. Ook is ieders sadhana volstrekt uniek. Wat dat betreft is een persoonlijke getuigenis altijd een beetje delicaat, omdat mensen dan al gauw denken: Oh, zó is dat, zó gaat het, zó moet het..... 
 
Vraag: Heb jij voorafgaand aan het doordringen van die mist, bijzondere momenten beleefd?
 
Prajnaparamita: Ja, immens grootse openbaringen. Eigenlijk in al die jaren vooral de eerste drie jaar bij Alexander Smit, waarin ik het onderricht kreeg, de kennis en vele grote inzichten. En later bij ShantiMayi, toen alles geleidelijk aan "rond" werd. Er was een lange tijd dat alles me duidelijk was, maar er was toch nog iets niet. Ik wist dat er iets ontbrak, hoewel ik niet precies wist wat dat was. Jaren wachtte ik........, op "dat" Ik leerde wat geduld was. Ik ontdekte dat geduld geen tijd kent. En het wachten transformeerde tot een oneindig diepe buiging in het eeuwige moment nu. En hiermee werden alle verwachtingen uiteindelijk uitgedoofd. 
 
Vraag: Wat veranderde er nou precies?
 
Prajnaparamita: Ik weet het niet. Wat is er nou veranderd? Ik weet het niet! Wat is er nou voor en na dat ultieme niet- moment? Twijfelloosheid is ingetreden. En daarmee is autoriteit geboren, je eigen autoriteit zijn, gemaakt van een totaal andere substantie dan zoals we dat kennen van een persoonlijke autoriteit. Tegelijkertijd wordt het leven steeds meer een luisteren, een luisteren naar de wil van het bestaan. Het is een leven op de razors edge, een haarbreedte ernaast geeft al een fikse verwonding. 
 
Vraag: Wat veranderde er nog meer voor je?
 
Prajnaparamita: Het was lange tijd zo diep stil. Ik was zo veel mogelijk alleen. Praten was lastig. Ik kon woorden helemaal niet meer vinden, er was nauwelijks vormkracht, alles was zo ijl. Zelfs nu nog, met satsang, ik heb echt niets te zeggen. De mensen moeten meestal met vragen en onderwerpen komen. Dat brengt me in beweging, en dan komen de woorden wel, als een stortvloed. 
 
Vraag: Als ik een vraag stel over een onderwerp, dan geef jij respons?
 
Prajnaparamita: Ja, dan komt er wel wat, middels jouw vraag, maar er is nauwelijks een impuls vanuit mezelf. ShantiMayi vroeg me op een gegeven moment om satsang te gaan geven. En vervolgens zat ik weer op de bank, ik nam geen enkel initiatief. Toen zei ze na drie maanden: 'En, ben je al begonnen'? ' Oh ja, satsang geven, oh ja, ja dat is waar, ik ga satsang geven', maar ik zat nog steeds alleen maar op de bank. Weer na een paar maanden schreef ze me een e-ma il: Komt er nou nog eens wat van?? Kennelijk zag ze dat er geen motor was in me, dus zij heeft me een grote impuls hiertoe gegeven. En dat moet nog steeds gebeuren tijdens satsang. Mensen moeten me nog steeds aanslingeren, anders zit ik op satsang met zoiets van: gaat het hier ergens over? Het is via de prikkeling dat ik in beweging kom, anders valt de hele boel stil, er is gewoon niks. Dat had ik al mijn hele leven, maatschappelijk was ik totaal niet geïnteresseerd. Maar er was een onstuitbare focus om thuis te komen in mezelf. Dit was het enige waar ik ooit belangstelling voor heb gehad. Mijn kinderen hebben me aan de gang gehouden eigenlijk. En nu houden de studenten in de Sangha me aan de gang. Ik kan alleen maar zeggen hoe het voor mij is, het zegt iets over mij, niet over iets dat met realisatie gepaard gaat.  Ja, ik denk dat het nogal verschilt voor iedereen.

 

Oorspronkelijk interview hier