Dzogchen beoefening in het alledaagse leven, door Dilgo Khyentse Rinpoche

De alledaagse praktijk van dzogchen is simpelweg het ontwikkelen van een volkomen zorgenvrije acceptatie, een openheid, zonder enige begrenzing, naar alle situaties.

We zouden openheid als de speeltuin van onze emoties moeten leren zien en ons tot andere mensen moeten verhouden zonder enige kunstmatigheid, manipulatie of strategie.

We zouden alles totaal moeten ervaren, en ons nooit moeten terugtrekken in onszelf, zoals een marmot zich in zijn hol verbergt. Deze beoefening maakt enorm veel energie vrij die normaliter ingehouden wordt door het proces van vasthouden aan gefixeerde referentie punten. Ergens aan refereren is het proces waardoor we ons terugtrekken uit de directe ervaring van het alledaagse leven.

 

 

Aanwezig zijn in het moment kan in het begin angst oproepen. Maar door de ervaring van bang zijn met complete openheid tegemoet te treden snijden we door de barrières heen die gecreëerd zijn door emotionele gewoonte patronen.

Wanneer we ons bezighouden met de praktijk van de ontdekking van ruimte, zouden we het gevoel moeten ontwikkelen dat we onszelf volledig openen naar het gehele universum. We zouden onszelf moeten openen met absolute eenvoud en een naakte geest. Dit is de krachtige en alledaagse praktijk van het laten vallen van het masker van zelfbescherming.

We zouden in onze meditatie geen scheiding moeten aanbrengen tussen perceptie en het veld van perceptie. We zouden moeten worden zoals een kat die een muis in de gaten houdt. We zouden ons moeten realiseren dat het doel van meditatie niet is om steeds dieper in onszelf te duiken, of ons terug te trekken uit de wereld. Beoefening zou vrij moeten zijn en niet conceptueel, niet beperkt door introspectie en concentratie.

De enorme zelfverlichtende ruimte van wijsheid zonder oorsprong is de grond van zijn – het begin en het einde van verwarring. De aanwezigheid van gewaar zijn in de oorspronkelijke staat heeft geen voorkeur voor verlichting of niet-verlichting. Deze grond van zijn die bekend staat als de pure of originele geest is de bron van waaruit alle fenomenen verrijzen. Het staat bekend als de grote moeder, als de baarmoeder van mogelijkheden waarin alle dingen verrijzen en oplossen in natuurlijke zelf-perfectie en absolute spontaniteit.

Alle aspecten van verschijnselen zijn volledig helder en duidelijk. Het hele universum is open en onbelemmerd – alles is wederzijds in elkaar doordringend.

Door alle dingen te zien als naakt, helder en vrij van verduisteringen is er niets om te bereiken of te realiseren. De aard van fenomenen verschijnt natuurlijk en is van nature aanwezig in het tijd overschrijdend gewaar zijn. Alles is van nature perfect, precies zoals het is. Alle fenomenen verschijnen in hun uniek zijn als onderdeel van een continu veranderend patroon. Deze patronen vibreren op ieder moment vol van betekenis en belang; en toch is er geen belang aan te hechten voor of na het moment waarop ze zichzelf presenteren.

Dit is de dans van de vijf elementen waarin materie een symbool is voor energie, en energie een symbool voor leegte. Wij zijn een symbool van onze eigen verlichting. Zonder enige inspanning of beoefening van wat dan ook – bevrijding of verlichting is al hier.

De alledaagse beoefening van dzogchen is gewoon het alledaagse leven zelf. Aangezien de niet ontwikkelde staat niet bestaat is er ook geen behoefte om je op een of andere speciale manier te gedragen of te trachten iets anders te bereiken boven of verder dan wat je eigenlijk bent. Er zou geen gevoel moeten zijn bezig te zijn met streven naar een of ander “wonderbaarlijk doel” of “gevorderde staat”.

Streven naar zo’n staat is een neurose die ons alleen maar conditioneert en er toe dient om het vrije stromen van de Geest te verhinderen. We zouden ook moeten vermijden om over onszelf te denken als waardeloze personen – we zijn van nature vrij en ongeconditioneerd. We zijn intrinsiek verlicht en het ontbreekt ons aan niets.

Wanneer we ons bezighouden met de beoefening van meditatie, zou dat net zo natuurlijk moeten aanvoelen als eten, ademen en ontlasten. Het zou geen speciale of formele gebeurtenis moeten worden, opgezwollen van serieusheid en ernst. We zouden ons moeten realiseren dat meditatie inspanning, beoefening, bedoelingen en doelstellingen en de dualiteit van bevrijding en niet-bevrijding overstijgt. Meditatie is altijd ideaal; er is geen noodzaak om wat dan ook te corrigeren. Aangezien alles dat opkomt simpelweg het spel van de geest zelf is, is er ook geen onbevredigende meditatie en geen noodzaak om gedachten als goed of slecht te beoordelen.

Daarom zouden we simpelweg gewoon moeten zitten. Blijf simpelweg zitten op je eigen plek, in je eigen omstandigheden, gewoon zoals ze zijn. Door zelfbewuste gevoelens te vergeten, hoeven we niet te denken “Ik ben aan het mediteren”. Onze beoefening zou zonder inspanning moeten zijn, zonder spanning, zonder pogingen om te sturen of te forceren en zonder te proberen om “vredig” te worden.

Als we zien dat we onszelf op één van die manieren onrustig aan het maken zijn, stoppen we met mediteren en rusten of ontspannen gewoon voor een tijdje. Daarna pakken we onze meditatie weer op. Als we “interessante ervaringen” hebben gedurende of na de meditatie, zouden we moeten vermijden om daar iets speciaals van te maken. Tijd spenderen aan het nadenken over ervaringen is simpelweg een afleiding en een poging om onnatuurlijk te worden. Deze ervaringen zijn domweg tekenen van beoefening en zouden als voorbijgaande verschijnselen gezien moeten worden. We zouden niet moeten proberen om ze nogmaals te ervaren omdat dat er alleen maar toe dient om de natuurlijke spontaniteit van de geest te verstoren.

Alle fenomenen zijn compleet nieuw en vers, absoluut uniek en volledig vrij van alle concepten van verleden, heden en toekomst. Zij worden ervaren in tijdloosheid.

De continue stroom van nieuwe ontdekking, onthulling en inspiratie die op elk moment verrijst is de manifestatie van onze helderheid. We zouden het alledaagse leven moeten leren zien als een mandala – de lichtgevende randen van ervaring die spontaan stralen vanuit de lege natuur van ons wezen. De aspecten van onze mandala zijn de alledaagse objecten van onze levenservaring bewegend in de dans of het spel van het universum. Door dit symbolisme onthult de innerlijke leraar de diepzinnige en uiteindelijke betekenis van het zijn. Daarom zouden we natuurlijk en spontaan moeten zijn, accepterend en van alles lerend. Dit stelt ons in staat om de ironische of amusante kanten van gebeurtenissen te zien die ons gewoonlijk irriteren.

In meditatie kunnen we door de illusie van verleden, heden en toekomst zien – onze ervaring wordt de continuïteit van het Nu. Het verleden is alleen maar een onbetrouwbare herinnering die in het heden wordt vastgehouden. De toekomst is alleen maar een projectie van onze huidige concepten. Het heden zelf verdwijnt zo gauw we proberen het vast te houden. Dus waarom moeite doen om te proberen een illusie van stevige grond onder de voeten te vestigen?

We zouden onszelf moeten bevrijden van vroegere herinneringen aan en vooropgezette meningen over meditatie. Elk moment van meditatie is volkomen uniek en vol van mogelijkheden. Op zulke momenten zullen we niet in staat zijn om onze meditatie te beoordelen in termen van vroegere ervaring, droge theorie of holle retoriek.

Simpelweg direct, op dit moment, met ons hele wezen meditatie in duiken, vrij van aarzeling, verveling of opwinding, is verlichting.