-JACK KEROUAC'S Letter to his ex-wife... - 

'I have lots of things to teach you now,
in case we ever meet,
concerning the message that was transmitted to me
under a pine tree in North Carolina
on a cold winter moonlit night.

It said that Nothing Ever Happened, so don’t worry.
It’s all like a dream.
Everything is ecstasy, inside.
We just don’t know it because of our thinking-minds.
But in our true blissful essence of mind is known
that everything is alright forever and forever and forever.
Close your eyes,
let your hands and nerve-ends drop,
stop breathing for 3 seconds,
listen to the silence inside the illusion of the world,
and you will remember the lesson you forgot,
which was taught in immense milky ways
of cloudy innumerable worlds
long ago and not even at all.
It is all one vast awakened thing.
I call it the golden eternity.
It is perfect.
We were never really born,
we will never really die.
It has nothing to do with the imaginary idea
of a personal self,
other selves,
many selves everywhere,
or one universal self.
Self is only an idea, a mortal idea.
That which passes through everything, is one thing.
It’s a dream already ended.
There’s nothing from staring at mountains months on end.
They never show any expression,
they are like empty space.
Do you think the emptiness of space will ever crumble away.
Mountains will crumble, but the emptiness of space,
which is the one universal essence of mind,
the one vast awakenerhood,
empty and awake,
will never crumble away because it was never born.

The world you see is just a movie in your mind.'

–Jack Kerouac

De woorden van de oude Cheng

Eerste hoofdstuk

 

De oude Cheng grijpt niet in om tegemoet te komen aan de verlangens van een enkeling om gebeurtenissen in stand te houden of de loop der gebeurtenissen te veranderen. De oude tradities hoeven niet bewaakt te worden en er is ook geen revolutie nodig, maar alleen wat nu, op dit ogenblik voor de hand ligt.

 

Kaalgeschoren schedels, als ik me op een ongebruikelijke manier tot jullie richt, dan gebeurt dat in de hoop dat jullie eindelijk de moed zullen opbrengen de Oorspronkelijke Geest rechtstreeks in jezelf te zien, in plaats van die steeds weer te zoeken aan de hand van grappenmakers die al eeuwen dood zijn of door steeds weer met malle oude kerels te praten zoals ik.

 

Mijn methode is jullie door elkaar te schudden als een struik in de bergwind. Zo breek ik al jullie steunpunten aan stukken. En daar sta je dan, helemaal de kluts kwijt, met niets meer om je aan vast te klampen. Maar doordat ik al jullie kleinzielige zekerheidjes ontkracht, raak je in paniek en om jezelf dan weer gerust te stellen, zeggen jullie dat ik zondig tegen de traditie en tegen het goede fatsoen en dat ik een lelijke heiligschenner ben.

Lees meer

In antwoord op een verzoek om onderricht over oorzaak en gevolg

 

Het bed is de werkkamer voor het geslachtsverkeer:

het is breed en zacht het best.

De knieën zijn de voorboden van seks:

zij gaan vooraf op verkenning.

De armen zijn de snoeren van seks:

hun greep moet een ferme omhelzing zijn.

Billen verrichten de arbeid tijdens de gemeenschap:

zij gaan rond en rond.

Dit betoog verkondigt wat mogelijk is.

 

 

En nu verder met wat niet mogelijk is.

 

Lees meer

Seng Tsan: absoluut vertrouwen

 

 

De Tao is de volmaakte weg; zij is niet moeilijk voor diegenen die niet gehecht zijn aan hun voorkeuren

Leef zonder verlangen en aversie en alles zal perfect helder zijn

Wanneer je echter ook maar een haarbreed onderscheid maakt worden hemel en aarde van elkaar gescheiden

Als je de waarheid volledig wilt zien moet je elk voor of tegen vermijden

Die twee steeds tegen elkaar afzetten is de belangrijkste ziekte van de geest

 

Lees meer

 Gull
 

Meeuwen wentelen door zonlichtspaken boven sierlijke daken en rommelig dekstro, snaaien op de markt ingewanden van de grond en schieten daarna weg over omsloten tuinen, muren met gepunte stijlen en driedubbel vergrendelde poorten. Meeuwen strijken neer op de witgepleisterde gevels van hoge hallen, op wrakke pagodes en stinkende stallen. Ze cirkelen boven klokkentorens en schamele hutten, boven binnenplaatsen met pispotten naast waterputten; ze worden nagekeken door ezeldrijvers, muildieren en honden met wolvensnuiten; slechts de gebochelde klompenmaker blikt niet naar buiten. De meeuwen maken vaart boven de in kades geklonken Nakashima en wieken wervelend af op bruggenbogen, in een flits gezien vanuit keukenramen, en vanaf mestpramen door waakzame boerenogen. Meeuwen vliegen door wolken stoom die opstijgen uit waskuipen in dichtbevolkte wijken; over raven die zich te goed doen aan onttakelde kattenlijken; over een geleerde die in ijle patronen een glimp van de waarheid ziet; over overspelige badhuisbezoekers en sloeries met liefdesverdriet; over viswijven die kreeften en krabben versnijden; over hun mannen die aan een lange tafel makreel ontweien; over houthakkerszonen die hun bijlen staan te slijpen;over dichters die hun haiku’s langzaam laten rijpen; en over nietsontziende belastinggaarders die zich aan andermans bezit vergrijpen; over bleke lakmakers en stoffenververs met huidproblemen; over waarzeggers die een loopje met de waarheid nemen; over mattenwevers, rietsnijders, kaarsenmakers op klompen; over bloemenventers, gauwdieven, bedelaars in lompen, over boekverkopers met kasten vol onverkoopbare boeken; over hofdames, voorproevers, niezende koks, kleedsters, arme naaisters in zonloze zolderhoeken; over manke lijntrekkers, zwijnenhoeders, zwendelaars, rusteloos rondlopende schuldenaars; over schuldeisers die met geen smoes meer zijn te paaien, maar genadeloos de duimschroeven aan blijven draaien; over gevangenen die hun ellende niet meer kunnen ontstijgen en over de losbol op leeftijd die andermans vrouw niet meer kan krijgen; over getergde, graatmagere huisleraars en over brandweerlieden die bij gelegenheid veranderen in plunderaars; over eerbare getuigen met de mond vol tanden; over omgekochte rechters met vuile handen; over schoonmoeders met enkel oog voor hun zoons en hun wrok; over een oude samoerai met een bamboestok; over apothekers die poeders fijnstampen tot de laatste grein; over huwbare dochters onderweg in hun palankijn; over negenjarige hoertjes en zwijgende nonnen; over voormalige schoonheden in versleten japonnen; over beelden van Jizo, met bloemen behangen; over syfilislijders met weggerotte neuzen en snot op de wangen; over pottenbakkers, barbiers en olieverkopers; over leerlooiers, messenmakers en hoerenlopers; over poortwachters en schapenslachters; over smeden en smekelingen, minnen en meinedigen, over zalfbereiders, landarbeiders, beurzensnijders, hongerlijders; over grijsaard en jongeling, lafaard en held, over zieke en stervende, stede en veld; over het dak van een schilder die eerst afstand genomen heeft van de wereld en vervolgens van zijn gezin, omwille van een meesterwerk dat uiteindelijk afstand heeft genomen van zijn schepper, en dan in een wijde boog terug naar waar hun vlucht begon, over het bordes van de Kamer der Laatste Chrysant, waar een plas regenwater van de afgelopen nacht ligt te verdampen, een plas waarin Magistraat Shiroyama de onscherpe weerspiegeling ziet van meeuwen die door zonlichtspaken wentelen. Deze wereld, bedenkt hij, kent maar één meesterwerk, en dat is zij zelf.

 

Uit: David Mitchell, De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet, blz 584/5