Ik zit in mijn hoofd

 

(of in ieder geval in mijn lichaam)

head no head
 

Normaliter zijn we natuurlijk geneigd om te denken dat bewustzijn zich in ons hoofd bevindt. Daar zijn twee redenen voor: daar zitten de hersenen, en zoals bekend hebben die alles met bewustzijn te maken – sommigen zouden zelfs zeggen; die produceren dat. En een tweede reden om het bewustzijn in het hoofd te lokaliseren is dat, als we ons bewust zijn van de wereld om ons heen, we vooral gebruik maken van onze ogen en oren, en die zitten nu eenmaal daar. Vanuit een positie achter onze ogen lijken we naar de wereld om ons heen te kijken.

 

 

 

En zelfs als niet iedereen het bewustzijn bijna achteloos en zonder veel nadenken in het hoofd positioneert dan nog zullen de meesten het wel in hun eigen lichaam lokaliseren. Het gevoel een afgescheiden persoon te zijn is eerst en vooral een gevolg van het ervaren dat we als het ware opgesloten zijn in ons eigen lichaam.

 

Behalve dat we ons lichaam kunnen voelen is er ook het kunnen opmerken van allerlei gevoelens, gedachten, herinneringen, dromen, mijmeringen, emoties en stemmingen die door ons zelf, maar niet door anderen worden ervaren. Als we dat al willen delen, moeten we dat meedelen. Niemand anders dan wijzelf kan zich bewust zijn van wat er in ons lichaam en in onze geest omgaat.

 

Daarom, zo gaat de redenering, moet het bewustzijn wel in het lichaam en vermoedelijk ook ergens in het hoofd zitten, want alleen op die manier is het mogelijk dat we ons van ons zelf bewust kunnen zijn. Zou bewustzijn zich buiten ons lichaam bevinden dan zou het geen weet kunnen hebben van wat we denken en voelen.

I am a story I tell myself
 

Omdat het zich in ons lichaam bevindt weten we wat er in ons omgaat, maar niet wat er plaatsvindt in het lichaam of de geest van een ander. We kunnen dat niet voelen en niet weten, tenzij die ander dat ons vertelt.

 

We kunnen wel aan de hand van lichaamstaal en gezichtsuitdrukking een eerste idee krijgen wat de ander voelt, denkt of wil, maar dat zijn dan toch altijd impressies die door ons gezien en geïnterpreteerd worden. De ander moet nog altijd vertellen wat zich in haar afspeelt, zij moet als het ware verslag uitbrengen van wat zich in haar bewustzijn speelt, voor we zeker weten hoe ze zich voelt, en wat ze denkt of wil.

 

We hebben nooit rechtstreeks toegang tot de inhoud van haar bewustzijn, noch zij tot de onze.

abyss
 

Omdat ons bewustzijn zich blijkbaar in ons zelf bevindt kunnen we ook de ervaring van eenzaamheid hebben. Daarbij is het gevoel in ons zelf opgesloten te zijn pijnlijk voelbaar geworden. We kunnen ons dan een gevangene van ons eigen bestaan voelen. Er is dan enerzijds sterk de behoefte om ons met een ander te verbinden, maar anderzijds zijn we tegelijkertijd onmachtig om dit tot stand te brengen. Er is dan het sterke gevoel dat er een kloof die ons scheidt van het contact met anderen.

 

Bewustzijn zit in mijn hersenen

 

Er zijn ook goede redenen om het bewustzijn eerst en vooral in de hersenen te lokaliseren. Zoals bekend kunnen hersenbeschadigingen grote veranderingen in het bewustzijn en de persoonlijkheid te weeg brengen. Dementie is daar een bekend voorbeeld van. Bij allerlei psychiatrische aandoeningen spelen hersenafwijkingen vermoedelijk altijd wel een rol. Misschien is dat niet eens altijd de belangrijkste oorzaak, maar het is altijd wel deel van de verklaring.

anderskrisar1
 

Maar ook als wij bijvoorbeeld alcohol drinken, of een joint roken, kan dit ons gedrag en onze stemming zichtbaar beïnvloeden. Hersenen reageren op allerlei stoffen en dat kan dan ook weer tot allerlei bewustzijnsveranderingen leiden.

 

Dan is er is ook nog de ervaring dat ons bewustzijn zich elke dag in tenminste drie verschillende toestanden bevindt, namelijk waken, dromen en diepe slaap. Dit zouden we nog veel verder kunnen verfijnen, want de waakstoestand kent natuurlijk vele nuances; van opgewonden tot heel rustig, van gefocust tot verstrooid, van somber tot vrolijk – en ook dromen kunnen heel prettig zijn als we voelen dat we vliegen tot heel onaangenaam als we een nachtmerrie hebben. Alleen de diepe droomloze slaap lijkt, door het ontbreken van ieder soort ervaring, constant en steeds identiek.

Sleep
 

Maar ook als we ons hier nu niet verder verdiepen in de vele verschillende toestanden van het waakbewustzijn, of onderzoeken of er bijvoorbeeld nog verschil is tussen coma en diepe droomloze slaap, is wel duidelijk dat er een sterke relatie is tussen wat er in onze hersenen gebeurt en de belangrijkste toestanden van het bewustzijn. Als we namelijk hersenactiviteit door middel van een encefalogram meten kunnen we zien dat de verschillende bewustzijnstoestanden ook samengaan met verschillende hersengolven.

 

Weliswaar kan degene die de hersengolven bestudeert tot nu toe niet precies zien waar we aan denken, of welk beeld uit ons verleden we opriepen, of welke muziek we ons herinnerden; onze directe subjectieve ervaring van de inhoud van ons bewustzijn moeten we nog steeds wel vertellen voor het door de ander gekend kan worden. Maar dat we onze hersenen gebruiken als we ons bewustzijn verkennen is evident.

 

Maar laten we nogmaals zorgvuldig kijken. Is het werkelijk onze ervaring dat bewustzijn zich in ons lichaam of onze hersenen bevindt?

 

Bewustzijn is nergens (niet)

 

Allereerst moeten we benadrukken dat dit een onderzoek is naar de directe subjectieve ervaring van ons eigen bewustzijn. Het is een verkenning van het perspectief van de eerste persoon enkelvoud.

 

We moeten, om dat te kunnen doen, alles wat we gelezen hebben en denken te weten even achter ons laten om opnieuw fris en onbevooroordeeld te kunnen kijken. Niet omdat die kennis niet waar zou zijn – op een bepaald niveau is ze dat natuurlijk wel degelijk – maar omdat ze ons verhindert om rechtstreeks te kijken en onmiddellijk woordloos te zien.

 

We beweren ook niet dat de directe subjectieve ervaring meer waar, of meer waard is dan objectieve kennis. Voor je t weet denkt de dwaas dat hij de keizer van het universum is. Of gelooft het vuurvliegje een ster te zijn.

fireflies
 

Maar aangezien objectieve kennis kan interfereren met de subjectieve ervaring en die zodanig kleuren dat ze niet meer een waarheidsgetrouwe weergave van de eigen directe perceptie is, moeten we in ons onderzoek die twee goed scheiden. Niemand van ons heeft bijvoorbeeld een rechtstreekse ervaring van zijn eigen hersenen, maar wel van zijn eigen geest. Maar “geest” is ook weer een constructie van de geest. Only mind can think of a mind. Niemand voelt de aanwezigheid van het gebied van Broca, maar iedereen weet wel hoe het soms zoeken is naar de juiste woorden.

 

Dus zeggen dat bewustzijn zich waarschijnlijk in de hersenen bevindt maakt wel deel uit van onze objectieve kennis maar is niet onze directe subjectieve ervaring. Het is niet wat we rechtstreeks zien, maar via een omweg aannemen en daarom denken te zien.

 

De uitnodiging is dus om zelf te onderzoeken wat nu eigenlijk je directe ervaring is.

 

Is het waar dat bewustzijn overal aanwezig is, of anders gezegd, nergens niet? Of kun je ervaren dat bewustzijn begrensd is, en zo ja, op welke manier ervaar je een grens? Hoe kun je weten dat je van iets niet bewust bent? Wat is het verschil tussen bewustzijn en datgene waar je je van bewust bent? Is er een verschil?

 

Het maakt niet zo veel uit welke vragen je jezelf stelt, en of je het “juiste” antwoord weet te vinden. Belangrijker is dat je het gevoel dat je bestaat, er bent, je eigen aanwezigheid onderzoekt – zoals het zich voordoet in je directe ervaring. Zonder ideeën vooraf, zonder zo snel mogelijk naar een conclusie toe te werken, even helemaal overnieuw beginnen met:

 

Dit, hier, nu. Wat is dat? Wie ervaart het?

loneliness