Een groot, sterk of zwak ego

 

Er is nogal wat verschil tussen een groot, een sterk of een zwak ego. Zowel een groot als zwak ego kan een serieuze hindernis voor spirituele ontwikkeling zijn. Voor een sterk ego is dat vaak moeiteloos en bijna vanzelfsprekend.

Mensen met een sterk ego hebben veel zelfvertrouwen, voelen zich meestal veilig, zijn emotioneel stabiel en kunnen flexibel omgaan met de stress van alledag. Ze zijn niet snel gefrustreerd en geven niet direct op als het tegenzit. Ze passen zich makkelijk aan als de omstandigheden veranderen, ze zijn zelfstandig, zelfbepalend, volwassen en authentiek, maar kunnen ook goed naar anderen luisteren.

 

Mensen met een groot ego daarentegen hebben veel minder innerlijke stabiliteit en zijn dus ook sneller van slag. Ze zijn vaak rigide en dogmatisch, reageren soms als gebeten als ze zich bedreigd of beledigd voelen, menen dat ze op van alles en nog wat recht hebben en zijn tegelijkertijd boos dat ze dat niet krijgen. Ze zijn eerder arrogant dan zelfverzekerd. Integriteit zegt ze weinig, eigenbelang des te meer.

Mensen met een zwak ego zijn onzeker, twijfelen vaak aan zichzelf, durven geen beslissingen te nemen, voelen zich vaak schuldig of schamen zich gemakkelijk. Ze zijn emotioneel niet stabiel, maar zijn geneigd tot angst en depressie. Ze voelen zich eigenlijk nooit goed genoeg, weten niet zeker of ze er wel mogen zijn, denken of verwachten dat anderen vaak kritiek op ze (zullen) hebben.

Mensen met een sterk ego hebben niet perse de goedkeuring van anderen nodig – ze zijn bereid om ook dingen te doen die veel kritiek kunnen oproepen, maar trekken zich daar niet zo veel van aan omdat ze voor een groot deel zelf hun eigenwaarde bepalen. Wel luisteren ze goed naar de kritiek van een kleine groep van mensen die ze tot hun beste vrienden rekenen, of desnoods hun meest gewaardeerde collega’s. Als de argumenten waardevol zijn passen ze zich daarbij aan, maar kritiek op zich is nog geen reden om te stoppen of boos of teleurgesteld te worden.

Mensen met een groot ego worden juist vaak boos van kritiek. Het irriteert ze dat er anderen zijn die het niet met hen eens zijn. Ze zijn dan ook veel vaker dan mensen met een sterk ego geneigd om degene die kritiek levert persoonlijk aan te vallen, of denigrerende opmerkingen over hen te maken. Een groot ego heeft veel bevestiging nodig. Kritiek vatten ze op als een aanval en als ondermijning, dus als reactie daarop gaan ze zelf aanvallen of ondermijnen. Maar ze zijn zich meestal niet bewust van dit mechanisme

Een zwak ego heeft ook veel bevestiging nodig, maar is geneigd om support te invalideren door te denken dat mensen het toch niet echt menen, of zijn bang dat als anderen echt konden zien hoe zij werkelijk zijn ze hun steun wel zouden intrekken. Ze zijn eigenlijk constant bang om ontmaskerd te worden. Ze ontkrachten zichzelf en kunnen zich niet voorstellen dat je onbekommerd en ontspannen zelfverzekerd zou kunnen zijn. Ze zoeken vaak onbewust steun door te proberen te raden wat een ander het liefst zou willen zien en dat dan te doen. Het centrum van de macht leggen ze buiten zichzelf.

Zowel een groot als zwak ego heeft veel verdediging nodig. Veel tijd kan verloren gaan aan het reageren op anderen. Ze zien overal bedreigingen, en de een reageert geïrriteerd, de ander angstig. Ze voelen zich eigenlijk vaker kwetsbaar dan ze zelf realiseren. Veel lichamelijk ongemak zou daardoor verklaard kunnen worden, maar voor henzelf is die link noch zichtbaar, noch voelbaar. De kans is groot dat ze door die suggestie ofwel boos worden, ofwel dit als nieuw bewijs zien dat ze het toch niet goed doen.

Dit staat in sterk contrast met degenen die een sterk ego hebben. Ze hebben niet echt behoefte aan bevestiging, en blijven ontspannen als ze een compliment krijgen. Ze zijn niet zo met zichzelf en hun gevoelens van boosheid of kwetsbaarheid bezig, maar zijn vaker betrokken met hun zelfgekozen activiteiten of werk. Ze vinden het gemakkelijk om aandacht aan anderen te geven – maar niet te lang. Ze zijn open, nieuwsgierig, flexibel en hebben een sterk onderliggend gevoel van vertrouwen – juist datgene wat zo sterk ontbreekt bij mensen met een zwak of te groot ego.

Een sterk ego kan ook veel gemakkelijker omgaan met het feit dat er in de wereld nu eenmaal veel verschillende meningen, leefstijlen, geloofsovertuigingen, waarden, persoonlijkheden, belangen en culturen zijn. Ze voelen zich niet bedreigd door “de Ander” – maar zijn eerder nieuwsgierig of tolerant. Zij zullen de verschillen eerder als een verrijking zien. Een groot ego voelt zich daarentegen gemakkelijk beledigd door verschillen, en een zwak ego voelt zich snel bedreigd door mensen die anders zijn. Kracht kan ook zichtbaar zijn in het vermogen om compromissen te sluiten of “to agree to disagree” – maar een groot ego ziet dat juist als zwakte en toegeven.

Een sterk ego heeft dus ook veel meer het vermogen om zich in te leven in een ander, en het kan zich vrij gemakkelijk het standpunt van een ander voorstellen. Dat hoeft nog geen goedkeuring in te houden, maar het is wel mogelijk om zich iets anders dan de eigen mening en gevoelens voor de geest te halen. Ze hebben dus ook een goed ontwikkeld vermogen tot empathie. Voor een groot ego is dat veel minder vanzelfsprekend omdat alles vooral wordt afgemeten aan de eigen mening en ervaring. Ze projecteren daarom veel vaker hun eigen gevoelens op de ander. Ze gaan ook het liefst om met mensen van “hun eigen soort” – voor anderen buiten hun groep voelen ze gemakkelijk minachting.

Iemand die een sterk ego heeft gunt de ander succes, en kan zich geïnspireerd voelen door de goede resultaten die iemand anders neerzet. Hij of zij zal het ook gemakkelijk vinden om anderen te bedanken voor behaalde resultaten. Maar een groot ego zal eerder jaloezie en afgunst voelen als een ander succesvol is. Als iets lukt is dat hun verdienste, als iets mislukt is dat de schuld van een ander of de omstandigheden.

Iemand die zichzelf zwak voelt zal eerder ontmoedigd raken, omdat het onmogelijk lijkt zoiets ook te volbrengen. Succes hebben is ook ongemakkelijk – al die complimenten waar je maar van gaat blozen…

Omgekeerd: iemand die zich sterk voelt kan ook gemakkelijker omgaan met falen. Niet leuk, en de moeite waard om te analyseren wat er nu eigenlijk verkeerd ging, maar het hoeft niet perse te betekenen dat jijzelf een mislukking bent. Wat je doet en wie je bent zijn niet identiek.

Mensen met veel zelfvertrouwen groeien gemakkelijk verder – door hun openheid, vertrouwen, onafhankelijkheid en positieve emoties zijn ze niet bang om iets nieuws te proberen. Hun eerste impuls is niet om het onbekende te vermijden, maar nieuwsgierig en onderzoekend te zijn. Kritisch misschien, maar open.

Voor mensen met een groot of zwak ego ligt dat heel anders. Ze zijn door hun onderliggende onzekerheid – iets waar ze zich vaak niet eens, of juist veel te veel van bewust zijn – in principe defensief. Ze willen niet groeien, maar in het bekende blijven. Ze willen geen contact maken, want dat zien ze als een risico. Ze beperken zichzelf, en durven eigenlijk niet iets nieuws uit te proberen. Maar ze zijn ook geneigd om te ontkennen dat ze defensief zijn. Door die ontkenning kunnen ze ook niet een stap maken – want bij henzelf er is toch geen probleem? Het zijn de anderen die het probleem zijn.

Een sterk ego is een gezond ego. Het is een kenmerk van volwassenheid. Het is niet “af” want het is niet statisch maar dynamisch, en kan zich gemakkelijk aan wisselende omstandigheden aanpassen. Daarom kan het ook gemakkelijk groeien, zich verder ontwikkelen, nieuwe gebieden exploreren. In die zin maakt het ook spirituele ontwikkeling (naar bijvoorbeeld meer compassie, onderscheidingsvermogen, vriendelijkheid, gelijkmoedigheid en vrijgevigheid) gemakkelijker.