Zijn wij ons brein?

left brain right brain
 

“Wij zijn ons brein, van baarmoeder tot Alzheimer” is de titel van een populair boek van dr. Dick Swaab. Het betoogt dat wie wij zijn en wat we voelen, denken, willen en doen allemaal bepaald wordt door onze hersenen. Elke ervaring die we hebben, elke emotie die we voelen, elke gedachte die opkomt, elke impuls die ons verleidt om iets doms te doen en elk inzicht dat we dat toch maar beter niet kunnen doen komt voort uit, of is een vertaling van een hersenproces. Het is een soort één op één relatie: wat we ervaren wordt mogelijk gemaakt door onze hersenen.

 

 

 

Het biedt een verklaring die heel veel omspant en het lijkt ook een origineel antwoord te geven op de vraag: wij zijn wij nu eigenlijk ? Wel, we zijn onze hersenen. Onze identiteit wordt daar bepaald, want elke expressie die we kenmerkend voor onszelf vinden heeft daar zijn oorsprong. Het biedt ook af en toe een welkome verklaring voor elke vreemde of ongewenste eigenschap die we bij onszelf opmerken; we zouden misschien wel anders willen, maar ja, de hersenen werken blijkbaar niet mee. Want vrije wil is in deze visie ook een illusie: we denken iets te willen, maar het zijn in feite onze hersenen die ons gedrag leiden.

 

Of dit werkelijk zo is? Laten we zeggen: het is onderwerp van discussie en debat, van inzichten die in rap tempo verder evolueren, van zich uitbreidende kennis, van correcties op eerder gedane uitspraken: kortom, het gist en borrelt in het vak van de psycho-neurologie, iets wat natuurlijk op veel wetenschappelijke terreinen het geval is.

fight club
 

Waar de één bewustzijn ziet als een bijproduct van de hersenen (en eigenlijk een beetje overbodig) ziet de ander bewustzijn als primair en datgene wat materie en leven doet ontstaan. Waar de één vrije wil als een illusie ziet uit de oude doos, betoogt een ander dat er in ieder geval op een aantal terreinen van ons leven wel degelijk de mogelijkheid is tot bewust kiezen. De een situeert de hersenen in de schedel, de ander wijst er op dat onze neurologische processen zich in het hele lichaam afspelen, of dat de omgeving en leerprocessen een fundamentele rol spelen in de vorming van hersenpatronen.

 

Wetenschap, en zeker ook hersenwetenschap, is meer dan ooit in beweging. Wat overigens niet wil zeggen dat het om een volstrekt willekeurige evolutie gaat – voortschrijdend inzicht betekent meestal dat de kennis zich verdiept en voortbouwt op eerdere ontdekkingen.

 

Objectiviteit

 

Waar ik me hier op wil richten is een klein deel van deze discussie, namelijk het idee dat wij onze identiteit kunnen begrijpen als een hersenproces. Wij zijn onze hersenen. Ik ben wat mijn hersenen doen.

b-left
 

Wat opvalt aan deze formulering is dat het objectiveert. Ik ben in deze benadering iets wat je kunt wegen, bestuderen, onderzoeken, beschrijven, vergelijken, meten, scannen, en, wie weet, iets wat ooit iemand anders in zijn handen zal houden en zeggen: kijk, dit was hem nou. Er is ook altijd iemand anders bij betrokken die dit soort dingen met mijn hersenen kan doen. Mijn hersenen zijn een object dat door iemand anders bestudeerd en beschreven kan worden.

 

Ik kan natuurlijk ook zelf over mijn hersenen nadenken, maar ook dan denk ik aan iets, een object – ik maak me een soort voorstelling, ik trek misschien een aantal conclusies, ik lees boeken over de hersenen en probeer dan die kennis op mijzelf te betrekken – maar dat allemaal in een objectiverende taal. “Cognitieve processen”, “encefalogram”, “pariëtale kwab” “linker hersenhelft”. Het is de taal van de wetenschap, van meetbaarheid en objectiviteit, van dingen die ook door anderen kunnen worden waargenomen.

 

Subjectiviteit

 

Maar we kunnen natuurlijk ook op een heel andere manier onszelf onderzoeken, namelijk door direct subjectief onze eigen aanwezigheid te ervaren. We kunnen in plaats van lezen over hersenprocessen ook naar onze eigen gedachten kijken, de stemming waarin we ons bevinden opmerken, ons bewust worden van wat we proeven, voelen, ruiken, zien en horen. We kunnen zelf voelen dat we er zijn.

Introspection
 

We zijn hier en nu aanwezig, en wie of wat we zijn kunnen we daarom ook rechtstreeks zelf gaan onderzoeken. We kunnen onszelf zonder enige kennis over onze eigen hersenen direct ervaren.

 

Wie we zijn kunnen we ook proberen te onderzoeken zonder op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld neurologie, psychologie, antropologie of sociologie – allemaal takken van wetenschap die zich ook bezig houden met de vraag wat de mens nu eigenlijk tot mens maakt. We kunnen ook onderzoeken wie we zijn door onszelf vragen te stellen.

 

Zelfbeeld en de ander

 

Er is dan meestal wel de verleiding (en vermoedelijk ook wel de noodzaak) om daar een verhaal van te maken. We hebben een zelfbeeld nodig dat ons, in de steeds wisselende omstandigheden van het leven, vertelt wie we zijn en dat op die manier als een soort houvast kan dienen. We hoeven dan niet steeds over alles opnieuw na te denken, want met die vaste set van overtuigingen over onszelf kunnen we veel sneller keuzes maken, onszelf aan anderen presenteren of besluiten dat we bepaalde dingen niet gaan doen omdat die niet bij ons passen. Een zelfbeeld helpt bij het navigeren door het dagelijks leven en geeft betekenis en samenhang aan ons levensverhaal.

 

Soms is dat zelfbeeld adequaat en komt het min of meer overeen met wat anderen over ons denken en van ons vinden, andere keren is het iets wat veel minder door anderen gedeeld wordt. De één is er zelf van overtuigd nu al legendarisch te zijn, de ander vindt dat het eigen persoontje helemaal niets voorstelt. In beide gevallen is de kans groot dat die overtuiging te extreem is. Maar wie of wat bepaalt eigenlijk wanneer een zelfbeeld adequaat is?

 

Om daar antwoord op te geven moeten we de blik iets meer verruimen. De ontwikkeling van een zelfbeeld gebeurt namelijk voor een groot deel door interactie met andere mensen. In den beginne is er de genetische aanleg, en die zal op de achtergrond voor een belangrijk deel bepalen hoe de indrukken uit de omgeving verwerkt wordt. En dan is er natuurlijk allereerst de omgang met ouders, broers en zussen en andere familieleden, maar al snel ook het contact met leeftijdgenoten tijdens het spel en op school.

 

De vorming van een ego (hier gebruikt als een neutrale term; iets wat natuurlijk, onvermijdelijk, noodzakelijk en structurerend is) gebeurt tijdens tienduizenden grote en kleine vormen van contact en uitwisseling met andere mensen. Een lange tijd is dit proces ook min of meer vanzelfsprekend en grotendeels onbewust, waardoor veel gedragspatronen diep ingesleten raken en behoorlijk resistent tegen verandering kunnen worden.

 

Maar tijdens de puberteit, en meer nog tijdens de adolescentie, worden we ons op een nieuwe manier bewust van onszelf, waardoor het, vaak voor het eerst, mogelijk begint te worden om diep over onszelf na te denken. Wie wil ik eigenlijk zijn? Is wat anderen tot nu toe als waar over mij aannemen wel werkelijk zo? Kan ik mijn eigen lot bepalen? Wat wil ik eigenlijk met mijn leven? Durf ik kleurrijk te zijn?

Colourful hair
 

Er is misschien wel sprake van een heuse identiteitscrisis – al blijkt uit onderzoek dat verreweg de meeste pubers en adolescenten deze periode niet als bijzonder dramatisch ervaren. Maar het is zeker niet ongebruikelijk om met leeftijdgenoten te praten over deze kwestie. En zij zijn het ook die ons corrigeren als ons zelfbeeld te onrealistisch dreigt te worden (en een enkele keer de ouders, leraren of andere belangrijke volwassenen). Al doende ontstaat er zo een min of meer realistisch zelfbeeld – doordat wij voortdurend in contact staan met anderen en luisteren naar wat zij te zeggen hebben.

 

Authentiek zijn

 

De opgave voor degenen die bereid zijn om zichzelf een aantal moeilijke vragen te stellen is vooral om een authentieke, waarachtige vorm van leven te vinden die recht doet aan de eigen aard en overtuigingen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan over het zoeken naar een balans tussen helemaal jezelf zijn en rekening houden met de wensen en verwachtingen van anderen.

 

Het is niet zo dat die balans in het midden ligt; dat midden is er namelijk niet. Het is namelijk ook erg afhankelijk met wiens wensen en verwachtingen je rekening wenst te houden. Je kunt ook grotendeels een leven leiden waarbij je heel weinig contact met anderen hebt, juist omdat je je eigen weg wilt gaan.

 

Maar het merendeel kiest er voor en slaagt er in om zowel een maatschappelijk geïntegreerd bestaan te leiden als ook een zekere mate van authenticiteit te vinden.

 

En voor wie tevreden is met een conventioneel leven is dat meestal ook wel genoeg. De meeste twintigers kunnen nog regelmatig zoeken naar een antwoord op de vraag wie ze nu eigenlijk willen zijn en wat ze met hun leven willen – maar de meeste dertigers en veertigers zijn daar wel over uit. Totdat er weer een crisis toeslaat en blijkt dat diverse zekerheden toch als los zand uit elkaar kunnen vallen. En we opeens toch meer niet zo zeker weten wie we zijn en waar we in geloven.

 

En laten we de blik nog wat verder verruimen: er is ook wel een zekere materiële rijkdom nodig, en een cultuur die individuele vrijheid hoog waardeert, die het mogelijk maakt om langere tijd met dit soort vragen bezig te zijn. Er zijn ook nog veel gemeenschappen – ook binnen de Westerse cultuur – die sterk traditioneel zijn en daarmee ook de ruimte voor individuele expressie flink inperken. Ook dat kan een belangrijke (en vaak ook weer bijna onzichtbare) rol spelen in allerlei processen rondom de vorming van een zelfbeeld.

 

Andere culturen

 

Het vanzelfsprekende van de eigen identiteit kan ook snel aangetast worden door – vooral – alleen reizen. Wie weleens langere tijd in zijn eentje in een totaal andere cultuur leeft leert al snel dat bijna alles wat normaal, vanzelfsprekend, gebruikelijk of natuurlijk leek door andere mensen soms echt onbegrijpelijk anders wordt gewaardeerd.

Street scene in India
 

Wie maandenlang, dag in, dag uit kan kijken hoe zij hun leven inrichten gaat zien dat er enorme verschillen kunnen zijn in de manier waarop mensen vorm geven aan hun gemeenschap. Dat zit hem soms in gewone kleine dingen als elkaar begroeten, maar ook en vooral in de “big issues” als bijvoorbeeld dood, seksualiteit, familieverbanden, of religie.

 

Ondergedompeld worden in een cultuur die op wezenlijke punten anders is dan wat we gewend zijn leert wel relativeren. We worden ons meer bewust hoe wij door onze eigen cultuur zijn gevormd. Het laat zien dat een belangrijk deel van onszelf gevormd is door een achtergrond waar we ons in feite niet van bewust waren, maar die nu, door het contrast, beter zichtbaar wordt. Het laat zien dat wie we denken te zijn in belangrijke mate gevormd wordt door een matrix die we niet eerder opmerkten.

 

Kunst en identiteit

 

Behalve objectieve wetenschappelijke kennis, zelf bepalen wie we (willen) zijn en contact, dialoog en uitwisseling met belangrijke mensen in onze directe omgeving, of juist die uit een heel andere cultuur, is er nog een mogelijkheid om te onderzoeken wat het betekent om mens te zijn en dat is kunst.

the-matrix-movie-poster-1928
 

Kunst kan ons ook vragen doen stellen over onszelf. Vooral film en literatuur kunnen die functie vervullen. Dat is misschien ook niet zo vreemd omdat beide bij uitstek proberen een bepaald verhaal te vertellen – iets wat aansluit bij de noodzaak om zelf een eigen levensverhaal te vinden. Beide hebben voor het dramatisch effect – waardoor je blijft kijken of lezen – ook een conflict nodig. Een goed verhaal gaat over een botsing, een dilemma, een probleem, een onverwachtse wending, een belangentegenstelling. Door de ander wordt de hoofdpersoon gedwongen om te kiezen. En die keuze bepaalt ook mede wie zij is. Wat we in een gegeven situatie doen laat ook zien wie we nu eigenlijk zijn.

 

Een boek of film doet ons meeleven door identificatie. Als we ons niet kunnen inleven in de hoofdpersoon kijken of lezen we zonder belangstelling. En stoppen we dus al snel. Identificatie ontstaat doordat we ons kunnen verplaatsen in de ander; we kunnen ons dan voorstellen dat wij de hoofdpersoon zouden zijn en dat we met dezelfde dilemma’s zouden kunnen worstelen. Zouden we hetzelfde doen of een andere keuze maken ? Door over dat soort vragen na te denken of daar met anderen over te praten kunnen we ook onderzoeken wie we zijn of zouden willen zijn.

 

Kunst kan ook ontregelend zijn, verwarring stichten, vragen oproepen, confronteren met het onbekende, het vreemde, het unieke, het bizarre. Kunst kan shockeren, boos maken, afkeer oproepen, ontroeren. Natuurlijk, er is kunst die een gevoel van schoonheid en harmonie oproept, en die is begrijpelijkerwijs ook populair – maar dat is nog geen criterium voor kwaliteit. Mensen hebben altijd kunst gemaakt. Wie wij zijn wordt ook daarin zichtbaar. People are strange.

 

 

Mijn eigen eenzame weg

 

We hebben het hier over een spectrum aan mogelijkheden. De meeste mensen lijken te kiezen voor een min of meer conventionele stijl van leven en passen als een hand in een handschoen in hun maatschappelijk acceptabele rol. De kwestie van de eigen identiteit is dan geen grote worsteling of iets waar verder veel belangstelling voor is.

Stranger
 

Maar voor een enkeling is dit niet de weg. Is er niet de wil of mogelijkheid om zich volledig aan te passen en zo een keurig aangeharkt zelf te worden. Is er niet die wens om sociaal en cultureel te leven volgens de norm en de verwachting. Voor de één is dat een rebelse keuze, voor de ander een ongewenste maar onvermijdelijke situatie.

 

Niet iedereen is vrijwillig een outsider – iemand die niet past en er niet echt bij hoort. Je kunt ook de rol van buitenstaander krijgen door eigenaardigheden van je lichaam of je uiterlijk, door psychologische of sociale beperkingen, of doordat je afkomst niet overeenkomt met de gemeenschap waar je in terecht bent gekomen.

 

Je kunt je heel ongelukkig voelen door de constatering dat je niet past. Je zou er zo graag bij willen horen, maar het lukt niet. Ze willen je niet. Je kan het niet. Dat kan heel pijnlijk zijn.

 

Toch zijn er ook enkelingen – het zijn er vermoedelijk niet veel – die juist de rust en eenzaamheid verkiezen om uit te zoeken wie ze nu werkelijk zijn. Misschien omdat ze vermoeden dat er iets niet klopt aan de gebruikelijke antwoorden. Misschien omdat ze aan de rand van hun perceptie iets hebben gezien wat een alarmbel deed rinkelen. Misschien omdat ze gehoord of gelezen hebben dat het mogelijk is om nog tijdens dit leven bevrijding te ervaren door niet langer met het ego, rol en zelfbeeld samen te vallen. Er is een diepte van weten die verder gaat dan dat.

 

Voorbij dit en dat

 

Wie ben ik? Als het gekwetter verstomt, als er geen andere mensen meer zijn om mee te praten, als ik mijn gevoelens en gedachten gewoon maar laat komen en gaan, kan ik een stilte ontdekken die altijd op de achtergrond aanwezig is. Een helder gewaarzijn dat alles opmerkt maar zelf nooit verandert. Een open hart dat alles accepteert en omarmt zonder een voorkeur te hebben.

 

En dan kan – plotseling of geleidelijk – duidelijk worden dat dit alles een spel is, een dans, een illusie, een droom, een lichtflits in het duister, een bubbel. Wie ik dacht te zijn is niet meer dan een grote kluwen van in elkaar grijpende gedachtes, wat ik meende dat de wereld was niet meer dan een verzameling van allerlei meningen.

 

Achter de drukte van denken, voelen, praten, ervaren, onderzoeken en emotioneel geraakt worden is een helderheid die dieper gaat dan dat. Het is altijd ons eerste gegeven – bewust open aanwezig zijn. Voor verlichting hoef je niet wetenschappelijk getraind te zijn, of voortdurend in contact met de ander te staan. Het wordt vaak pas mogelijk doordat je niet langer uitsluitend gefascineerd bent door denken en dialoog.

 

Perspectief bepaalt wat je ziet

 

De vraag wie wij zijn of wie ik ben kan op diverse manieren worden benaderd en iedere invalshoek toont weer een ander facet. In het perspectief van de eerste persoon enkelvoud is mijn eigen wezen een directe ervaring – ik kan zonder enige distantie of objectiviteit mijzelf rechtstreeks ervaren.

 

Door het perspectief van de tweede persoon enkelvoud leer ik, via dialoog en uitwisseling, hoe een ander mij ervaart en wat hij of zij van mij vindt of voor me voelt. En samen maken wij weer deel uit van een sociale en culturele gemeenschap – we zijn door onder andere gezamenlijke waarden, ideeën, taal of geschiedenis met elkaar op diverse manieren verbonden.

 

En door het perspectief van de derde persoon kan ik de objectieve waarheden over mezelf en mijn positie in de wereld leren kennen. Hier is de distantie groter, maar daardoor is het perspectief ook veel ruimer. Ik kan daardoor dingen over mezelf zien die ik nooit van uit mijn eigen privé perspectief zou kunnen zien.

 

Elk perspectief heeft zijn waarde en onthult een ander deel van de werkelijkheid, maar geen kan de exclusieve waarheid claimen ten koste van de ander. Wie ik ben kan door geen enkel perspectief volledig worden weergegeven, maar elk perspectief kan wel een deel van de werkelijkheid onthullen.