Een introductie tot Eén Smaak

Alan Chapman

Sinds mijn verlichting zo’n 17 maanden geleden is er een zich ontvouwend proces geweest waarin sprake was van een natuurlijk afnemen van al die neigingen voortkomend uit onwetendheid (al die gewoontes en reacties die gebaseerd zijn op een inaccurate visie van zelf en realiteit, ontwikkeld voor het ontwaken), en een bewust gevecht met die elementen van mijn visie, gedrag en deelname aan het sociale verkeer die nooit zouden veranderen zonder de toepassing van inzicht en inspanning.

De grootste natuurlijke verschuiving is de geleidelijke realisatie geweest dat de volheid of heelheid van onze fundamentele natuur niet meer is dan één kant van de medaille, terwijl de andere kant de creatieve of evolutionaire drang is die voortkomen uit oneindige super overvloed: de impuls om voorwaarts te bewegen.

Het grootste intellectuele inzicht is de herkenning geweest hoeveel ruimte er eigenlijk is voor verbetering van de wereld. Hoe veel van onze overtuigingen, ons gedrag, de sociale organisatie en infrastructuur is gebaseerd op een visie voortkomend uit onwetendheid? Hoeveel van onze cultuur is een reflectie van een angstige en paranoïde wereldvisie? Hoe zou onze wereld er uit zien als het een bewuste weerspiegeling zou zijn van de waarheid van onze diepste natuur?

In mijn spirituele beoefening heb ik genoten van toegenomen concentratie, een groter gemak in het toegang krijgen tot de verschillende geestelijke staten (de Jhanas), en een verhoogde vaardigheid in magische praktijken. Ik heb inzicht gekregen in de aard van karma, specifiek hoe dat van het ene naar het andere leven vertaald wordt.

Maar twee dagen geleden stuitte ik tijdens mijn oefening op iets groots.

Ik had de hint moeten opmerken dat er een nieuwe ontwikkeling zat aan te komen doordat er een mooi groot gouden beeld van Ganesha arriveerde, omdat de “opener van de weg” op vergelijkbare wijze aan het allereerste begin van mijn proces was verschenen, en op het moment van mijn verlichting.

Na een aantal maanden geoefend te hebben met opmerken, verschoof ik ongeveer een week geleden naar wat ik “gewoon maar zitten beoefening” noem. Dit lijkt heel veel op Zazen, in de zin dat je het zitten gewoon zichzelf laat zitten, behalve met de toegevoegde nadruk op “rusten” in het zitten. Dit komt natuurlijk als je herkent dat a) je iets doet als je zit b) je maar één ding tegelijk moet doen en c) behalve de houding volhouden vereist zitten in het geheel geen inspanning. Daarom, als je zit, is de instructie duidelijk: zit gewoon! En hetzelfde als bij Zazen, er is geen reden om de ogen te sluiten.

Twee dagen geleden gebeurde er iets nieuw. Terwijl ik bij het zitten bleef, gleed ik in een staat van absorptie. Wat deze staat verschillend maakte van veel anderen waar ik ooit van genoten heb, is dat door aanwezig te blijven bij de zit of wat er op dit moment aan het gebeuren was, “viel” ik in iets wat aan het huidig moment vooraf gaat, iets dat moeiteloos aanwezig is. Ik voelde een grote gelukzaligheid, een buitengewone helderheid, en een complete bevrijding van mijn neigingen. Daar bedoel ik niet het uitsterven van mijn neigingen mee, maar een compleet wegvallen van iedere vorm van plakkerigheid binnen de neigingen zelf.

Ik schrok hiervan. Wat was dit voor staat? En waarom was het zo moeiteloos om vol te houden? Het duurde tot een aantal uren na de zit, terwijl iedere jhana die ik ooit heb genoten geneigd is om al een paar minuten na het zitten weg te vallen.

Gisteren besloot ik om het verder te onderzoeken. Ik herhaalde wat ik de vorige keer deed, alleen was de staat deze keer ‘harder’ en stabieler. Het was precies hetzelfde als het opnieuw beleven van mijn verlichtingservaring, behalve nu als een staat; ik was volledig geabsorbeerd in heldere, gelukzalige, volledige leegte.

En toen daagde het mij: dit was de beoefening van Dzogchen!

Vorig jaar las ik Tenzin Wangyal Rinpoche’s Wonders of the Natural Mind: The Essence of Dzogchen in Native Bon Tradition of Tibet, en alhoewel ik wel wat overeenkomsten kon zien tussen de elementen binnen de traditie die gerelateerd zijn aan mijn ervaring, leek het grootste deel van de beoefening overdadig en ontoegankelijk (zonder twijfel als gevolg van de moeite die het kost om een duizend jaar oude Tibetaanse traditie te vertalen naar het Engels van een publiek uit de 21ste eeuw). Ik concludeerde dat, door de nadruk die werd gelegd op de directe aanwijzingen die de meester aan de student geeft, ik nooit echt de technische aspecten van de benadering genoeg zou begrijpen om het van nut te laten zijn voor mijn studenten.

Mijn begrip van de methode was als volgt: een student zou eerst concentratie oefeningen doen zodat absorptie met de gewenste focus gemakkelijk zou zijn geworden (geen kleine prestatie). De leraar zou op de lege natuur van de geest wijzen, en door hierop te focussen zou de student absorptie in leegte ontwikkelen. Het blijven beoefenen zou natuurlijk tot een piek leiden, dan een gedeeltelijke, dan volledige verlichting. Absorptie in rigpa (of dat wat herkend wordt in volledige verlichting) wordt dan gecultiveerd als een staat, in die mate dat een beoefenaar op alle momenten daar in kan blijven. Dat is de Grote Perfectie.

In ogenschouw nemend hoeveel concentratie vanaf het begin vereist was, leek het me dat Dzogchen (althans mijn begrip ervan) voor de meeste studenten het minst toegankelijke pad zou zijn; en verder worstelde ik met begrijpen hoe de noodzaak om een hoge staat van concentratie te cultiveren gezien kon worden als een integraal onderdeel van beoefening na de verlichting. De staat van absorptie zou toch zeker exclusief zijn, en dus te kort schieten in het eren van non-dualiteit? Is het geen escapisme om een bepaalde staat als favoriet te zien met uitsluiting van alle andere? En waarom zijn er zo weinig andere tradities en leraren die zo’n benadering van na de verlichting aanbevelen?

Als de ervaringen van de laatste drie dagen iets van een aanwijzing zijn, en als waar ik over praat inderdaad Dzogchen is, weet ik nu het antwoord op die vragen.

Zeker, een bepaalde mate van concentratie is vereist en het is een absorptie staat; maar het is niet een absorptie in een bepaalde kwaliteit of iets geconditioneerd, zoals de traditionele Boeddhistishe jhana’s dat wel zijn – ongeacht hoe verfijnd en subtiel die ook zijn, en daar horen de Puur Land jhana’s ook bij. Maar het is veeleer zo dat je geabsorbeerd raakt in de structuur van bewustzijn zoals die tevoorschijn komt met verlichting.

Bij volledige verlichting komt het nonduale niveau van ervaren te voorschijn als een permanente structuur,en transformeert alle voorafgaande niveaus doordat er een radicaal nieuwe context beschikbaar komt die van een andere orde is ten opzichte van alles wat daaraan voorafging. Echter, we zijn niet bewust geabsorbeerd in deze permanente structuur; onze aandacht beweegt van boven naar beneden door de voorafgaande structuren, als gevolg van gewoontes, tendensen en neigingen. De voorafgaande structuren zijn wel getranscendeerd maar nog steeds ingesloten in het nonduale, en dus is volledige verlichting inderdaad een blijvende radicale transformatie, duidelijk zichtbaar bij de minste vorm van onderzoeken, als de effecten van verlichting al niet van nature zichzelf presenteren.

Als we serieus zijn over de betekenis van verlichting en wat het voor ons en ieder ander betekent, volharden we in onze dagelijkse praktijk als een manier om de kwaliteiten van onze diepe natuur bij ons persoonlijk invloed te laten uitoefenen, door geleidelijk aan nieuwe gewoontes, gebaseerd op de Waarheid, aan te nemen. We onderzoeken en ontwikkelen onze visie en ons gedrag zodat we die Waarheid weerspiegelen, ook als we van het kussen af zijn. Ondertussen blijft het natuurlijk element van dit proces ook zijn magie uitoefenen.

Maar nu lijkt het me dat we verder dan dit kunnen gaan. Wat als we bewust onze diepste natuur invloed konden laten uitoefenen op al onze ervaringen, met de hoogste graad van uitmuntendheid, en dat niet alleen maar op het kussen? Wat als dit een versnelling betekend van het wegvallen van onwetende gewoonten, tendensen en verscheidene vormen van gedrag? En wat als dat geen ontsnapping was, maar de bewuste absorptie in een radicaal bevrijde wereld, iets wat reeds waar is?

Mijn ervaring van de staat was er een van diepe gelukzaligheid, helderheid, volheid en leegte, en alle dingen verrezen hierin, ingesloten maar bevrijd. Ik kon denken, voelen en alles doen wat ik leuk vind, behalve dat het net was als op het moment van mijn ontwaken, en toch verblijvend in de manifestatie van die kwaliteiten. Ik was bewust en moeiteloos geabsorbeerd in een staat die mogelijk werd gemaakt door de nonduale structuur van bewustzijn. En niets van dit alles was afhankelijk van cycli of stadia; het was bewust in het bezit zijn van het nonduale!

Het was niet zozeer een wegdraaien van het nonduale, het was een beweging er in; het was niet zozeer een persoonlijke ontsnapping, het was universele bevrijding. En als je kijkt naar hoe ver de meest leraren of ontwaakte mensen gaan na verlichting (velen zijn niet bezorgd over de betekenis van verlichting en gaan na de gebeurtenis hun eigen, onbezorgde weg, laat staan dat ze hun deelname en steun aan een cultuur gebaseerd op een onwetende visie ter discussie stellen) is het geen wonder dat zo weinigen het ontdekt hebben, laat staan dit propageren. Zou dit kunnen verklaren waarom Dzogchen zo wijdverbreid verkeerd wordt begrepen door non-Dzogchen beoefenaars?

Een basaal overzicht van de Dzogchen benadering ziet er zo uit, gebaseerd op Garab Dorje’s Drie Uitspraken:

1) Directe introductie tot de eigen natuur (“aanwijs instructies en overdracht”)

2) Geen twijfel laten bestaan wat betreft deze unieke staat (concentratie beoefening)

3) Doorgaan met verblijven in deze staat (absorptie, de beoefenaar meenemend naar volledige verlichting als de structuur van nonduaal bewustzijn oprijst).

We kunnen aan nummer 3 nog de praktische overwegingen van Tenzin Rinpoche toevoegen, namelijk:

1) Dagelijkse absorptie in de nonduale staat vanuit de intentie die permanent te maken

2) Vooruitgang door lichaamsbeweging eerst op het kussen, en dan er van af, zonder de staat van absorptie los te laten.

3) Complete, altijd blijvende absorptie als een permanente aanpassing (met andere woorden levend vanuit de Grote Perfectie).

Absorptie in de staat wordt soms door de Tibetanen “Eén Smaak” genoemd, en ik herinner me dat ik niet lang geleden nog aan het debatteren was met een bepaalde “Buddhist Geek” of “Eén Smaak” binnen Ken Wilber’s model van ontwaken, dat zijn Nonduale stadium opvolgt, nu in feite wel of niet een verdere ontwikkeling na volledige verlichting was. Ik was op dat moment niet overtuigd, maar als je kijkt naar de inhoud van dit artikel, ben ik nu geneigd om daarmee in te stemmen. Met verdere aanmoediging van Alex Weith, die blijkbaar vergelijkbare instructies van een Advaita goeroe en een onorthodoxe Zen schrijver had ontvangen, ben ik van plan om de schetsen die ik hierboven van het Dzogchen proces heb gegeven verder uit te testen. (Ik ben zelfs nog meer geïntrigeerd door het idee van het fenomeen van ‘constant bewustzijn’ door alle slaap stadia heen, als specifiek resultaat van permanente absorptie in Eén Smaak, maar ik vermoed dat dat zal moeten wachten tot een volgende keer.)

(…)

Het is waarschijnlijk overbodig om te zeggen, maar ik ben van mening dat authentieke ontwikkeling na het ontwaken niet een fascinatie is met de lagere ordes van bewustzijn (het fysieke, de emoties, etc.), maar een verdere verfijning en beweging omhoog.

P.S. Gedurende mijn conversatie met Alex verschafte ik de volgende instructies hoe ik terecht kwam in wat ik vermoed dat het Eén Smaak is, en als je in de positie bent om dit voor jezelf uit te proberen, zou kunnen blijken dat je ze ook nuttig vindt:

1) Zit met je ogen open (laat ze natuurlijk knipperen).

2) Herken dat je al iets aan het doen bent (zitten)”

3) Besluit om gewoon te zitten, en alleen maar te zitten (dit is waar de lijn wordt overgestoken tussen concentratie en inzichtsmeditatie, alhoewel de focus van de concentratie veeleer wijd en diffuus is, in plaats van nauwgezet gericht). Als je iets anders doet dan zitten, keer je terug tot het zitten.

4) Zitten vereist geen inspanning; rust in het zitten (dit maakt het gemakkelijker om de oefening te doen, aangezien we aangetrokken worden tot wat plezierig is).

5) Op een bepaald punt zul je je bewust worden van iets dat voorafgaat aan zitten/de kamer/de gemanifesteerde realiteit, en daarin geabsorbeerd raken.

6) Als inleidende indicaties zou je gelukzalige energieën kunnen gaan voelen. Ik voelde beide keren energie in mijn hoofd, in het midden van mijn brein.

7) Helderheid, gelukzaligheid, leegte, volheid volgen allemaal…

Hoop dat dat helpt! Ik ben er niet zeker van hoe sterk jouw concentratie is, maar in mijn geval heeft het denk ik een week of zo geduurd voordat deze methode tot die ervaringen leidde, maar misschien heb jij wel onmiddellijk resultaat. Laat me maar weten hoe het gaat!

Alan Chapman op Open Enlightenment, een site die hij samen met zijn vriend Duncan Barford een tijdje runde, en daarna weer ophief. Beiden waren langere tijd geïnteresseerd in magick, voordat de interesse verschoof naar verlichting.